Tafel van de Vrede - Den Haag

Tafel van de Vrede Den Haag

'Abdu'l-Bahá

Context van 'Abdu'l-Bahá's Tafel van de Vrede — Al sedert de internationale vredesconferenties van 1899 en 1907 staat Den Haag bekend om haar streven naar vrede door recht. Dus het is misschien niet verwonderlijk dat, in reactie op het uitbreken van de Grote Oorlog (augustus 1914) juist in deze stad het initiatief werd genomen tot de oprichting van de Nederlandsche Anti-Oorlog Raad. Daarbij had men de bedoeling om alle verschillende vredesactivisten — socialisten, katholieken, liberalen en protestanten — op persoonlijke titel te verenigen onder één paraplu-organisatie. Het plan werd een succes. In korte tijd telde de Raad enkele duizenden leden.

In april 1915 organiseerde de Raad in (het neutrale) Den Haag een kleine internationale conferentie waarbij de deelnemers uit 12 Europese landen plus de Verenigde Staten besloten tot de oprichting van de Central Organization for a Durable Peace. Men bereikte overeenstemming over een Manifest & Minimum Program, en bracht het internationale secretariaat van de organisatie onder bij dat van de Raad.

Meer nog dan de Raad wilde de Centrale Organisatie zich richten op de preventie van oorlog en zich ‘uitsluitend bezighouden met de grondslagen van de toekomstige vrede’. Belangrijk instrument daarbij was het organiseren van een internationale conferentie van vredesspecialisten die gelijktijdig en op dezelfde plaats als de politieke vredesonderhandelingen, naast de inbreng van beroepsdiplomaten, ook ‘de stemmen der volkeren [zou] doen horen’ — een soort Derde Haagse Vredesconferentie.

De Centrale Organisatie ging daarom wereldwijd op zoek naar prominente medestanders voor haar pacifistisch ideaal; personen die wilden meedenken over de grondslagen voor een toekomstige duurzame vrede, en die hun land of organisatie zouden kunnen vertegenwoordigen bij zo’n conferentie. In Teheran zag Ahmad Yazdani, een jonge baha’i en ambtenaar op het Ministerie van Financiën, daarin een prachtige gelegenheid en ook een plicht om de Bahá’í-visie op vrede onder de aandacht te brengen. Op zijn aanraden vroeg de Centrale Organisatie ‘Abdu’l-Bahá om zijn inbreng, maar door de oorlog ondervond de correspondentie met Palestina enorme vertraging. Pas eind 1919 — de Vrede van Versailles was inmiddels getekend — bereikte dat verzoek Haifa. ‘Abdu’l-Bahá schreef daarop direct een uitvoerige uiteenzetting over de Bahá’í-visie op het bereiken en bewaren van universele vrede: de zogenoemde Tafel van de Vrede en vroeg Yazdani om de brief persoonlijk in Den Haag te gaan bezorgen.

Samen met een oudere geloofsgenoot reisde Yazdani vanuit Haifa, via Port Said naar Rotterdam. En op 27 mei 1920 konden de twee gedelegeerden de brief persoonlijk aan de voorzitter, vice-voorzitter en secretaris van de Centrale Organisatie overhandigen. Daarbij werd helaas ook duidelijk dat de organisatie geen enkele rol had gespeeld bij de vredesonderhandelingen en dat het voornemen om een soort Derde Haagse Vredesconferentie te organiseren was ingehaald door de oprichting van de Volkenbond. In feite bestonden de Raad en de Centrale Organisatie niet meer. Het voor Duitsland zo onrechtvaardige vredesverdrag was slechts door de leiders van de Verenigde Staten, Groot-Brittannië, Frankrijk en Italië bekokstoofd. En de deskundigheid van enkele honderden specialisten op het gebied van duurzame vrede was daarbij vrijwel geheel onbenut gebleven. Voor veel vredesactivisten was dat een even teleurstellende als verontrustende vaststelling. In juni 1920 schreef ‘Abdu’l-Bahá aan Yazdani: “In de toekomst zal er zeker een andere oorlog, heftiger nog dan de afgelopen, uitbreken; waarlijk hierover bestaat niet de minste twijfel.” Maar hij sloot zijn brief af met: “U hebt nu het zaad gezaaid. Het zal voorzeker ontkiemen. Zijn groei is van God afhankelijk.”

Tafel van de Vrede - Bestuur van de Nederlandsche Anti-Oorlog Raad (1915)

Bestuur van de Nederlandsche Anti-Oorlog Raad (1915)

Secretariaat van de Centrale Organisatie voor een Duurzame Vrede (1915)

Secretariaat van de Centrale Organisatie voor een Duurzame Vrede (1915)