Het Bahá’í-geloof erkent de eenheid van God en van Zijn Profeten, ondersteunt het principe van een onafhankelijk onderzoek naar waarheid, veroordeelt alle vormen van bijgeloof en vooroordeel, leert dat het fundamentele doel van religie de bevordering van eendracht en harmonie is, dat zij hand in hand moet gaan met de wetenschap en dat zij de enige en essentiële basis vormt van een vreedzame, ordelijke en vooruitstrevende samenleving. Het legt de nadruk op het principe van gelijke kansen, rechten en voorrechten voor zowel man als vrouw, bepleit verplichte opvoeding en onderwijs, bant de uitersten van armoede en rijkdom uit, verheft werk dat in de geest van dienstbaarheid wordt verricht tot het niveau van aanbidding, beveelt het aanvaarden van een internationale hulptaal aan en voorziet in de noodzakelijke instellingen voor de vestiging en beveiliging van een permanente en universele vrede.

Shoghi Effendi

Baha'i Geschiedenis in Vogelvlucht

O gij die ogen hebt om te zien! Het verleden is de spiegel van de toekomst. Kijk erin en wordt daarvan op de hoogte gebracht ...

Bahá’u’lláh

De geschiedenis van het Bahá’í-geloof is uniek. Nooit eerder in de geschiedenis van de mensheid volgden zo velen het ontstaan van een wereldreligie van zo nabij. Het aantal ooggetuigenverslagen en foto’s is overweldigend. Bovendien zijn vele Bahá’í Heilige Teksten bewaard gebleven in het handschrift van de Auteurs Zelf. Het is daarom onvermijdelijk dat deze samenvatting slechts een beeld in vogelvlucht kan geven. Wanneer zij aanzet tot wetenschappelijke studie heeft zij aan haar doel beantwoord.

bahai geschiedenis - Teheran

1817

In Teheran krijgen landeigenaar en hoffunctionaris Mirza ‘Abbás en diens vrouw Khadíjih Khánum een zoon. Zij noemen hem Husayn-‘Alí. De jongen krijgt een opleiding die hem geschikt moet maken om zijn vader op te volgen. Op 18-jarige leeftijd trouwt Mirza Husayn-‘Alí met Asíyih Khánum.

bahai geschiedenis

1819

‘Alí-Muhammad wordt geboren in Shiraz in een familie van siyyids (afstammelingen van de Profeet Muhammad). Na het overlijden van zijn vader vinden hij en zijn moeder in 1826 onderdak bij haar broer. In 1842 trouwt Siyyid ‘Alí-Muhammad in Shiraz met Khadijih-Bagum. Zoontje Ahmad overlijdt kort na zijn geboorte.

bahai geschiedenis

1844

Siyyid ‘Alí-Muhammad maakt zich op 23 mei in Shiraz bekend als de Báb (de Poort van God). Hij krijgt in korte tijd veel volgelingen, die bábís worden genoemd. Terwijl de eerste bábís - de Letters-van-de-Levende - het nieuws in Perzië verspreiden, gaat de Báb in september per boot op bedevaart naar Mekka.

Lees: De Verkondiging van de Báb

Bahai geschiedenis - Mekka

1845

In januari bereikt de Báb de Heilige Plaats en maakt Zijn zending bekend aan de Sherif (beheerder). Via Medina, Jeddah en een kort verblijf in Muscat is Hij in mei weer terug in Perzië. De gouverneur van Shiraz ondervraagt de Báb en plaatst Hem bij Zijn oom onder huisarrest. De geleerde Vahid, die er door de sjah op wordt uitgezonden om de claim van de Báb te onderzoeken, wordt bábí en met hem de meeste inwoners van zijn woonplaats Nayriz.

Bahai geschiedenis - Perzië

1846

In september dwingt de gouverneur van Shiraz de Báb om Zijn geboortestad te verlaten. Diezelfde maand bereikt Hij Isfahan. Daar verblijft Hij enkele maanden in het geheim in de woning van gouverneur Manúchihr Khán. Een ontmoeting met vijandige locale mulla’s brengt geen verzoening.

Lees: Khadíjih Bagum echtgenoot van de Báb

Bahai geschiedenis - Mah-Kú

1847

Gouverneur Manúchihr Khán overlijdt in februari. De sjah gebiedt diens opvolger om de Báb naar Teheran te brengen. De eerste minister weet een ontmoeting te voorkomen. De Báb wordt in april nabij Teheran gearresteerd en overgebracht naar het afgelegen bergfort van Mah-Kú in het uiterste noord-westen van Perzië. Hier openbaart Hij de Bayán en verkondigt de nabije komst van ‘Hij-Dien-God-zal-Openbaren’.

Bahai geschiedenis - Badasht

1848

In april wordt de Báb overgebracht naar het fort van Chihriq. Gedurende drie weken (juni) maken bábís tijdens een openluchtbijeenkomst in Badasht (noord Perzië; foto) plannen om de Báb te bevrijden en te breken met hun moslim verleden. Vanaf nu zullen zij de wetten van de Bayán volgen. Ter symbolisering van de nieuwe tijd ontdoet de dichter Táhirih zich in het openbaar van haar hoofddoek.

Lees: Táhirih

Bahai geschiedenis - William Cormick

1848

Op beschuldiging van ketterij trachten moslim geestelijken de Báb in Tabriz te kleineren in het bijzijn van de 17-jarige (dan nog) kroonprins Násiru’d-Dín. Zij falen. Om hun gezicht te redden verklaren zij Hem ontoerekeningsvatbaar en veroordelen Hem tot een bastonnade. Na afloop wordt de Báb behandeld door de Iers-Iraanse arts William Cormick (hier met gezin).

Lees: William Cormick ontmoet de Báb

Bahai geschiedenis - Barfurush

1849

Meer dan 300 bábís botsen met de bevolking van Barfurush (aan de Kaspische Zee). Zij verschansen zich buiten de stad bij de graftombe van Shaykh Tabarsi. De nieuwe regering vreest voor een opstand en stuurt troepen en artillerie. Na een beleg van 7 maanden geven de resterende bábís zich in mei onder valse beloften over. Slechts enkelen worden in leven gelaten. Vooraanstaande bábís als Mullá Husayn en Quddús vinden de dood.

Bahai geschiedenis - Tabriz

1850

Gealarmeerd door berichten uit o.a. Barfurush en Zanján besluit de regering om de ‘Bábí ketterij’ bij de wortel uit te roeien. De Báb wordt van Chiriq opnieuw overgebracht naar Tabriz en daar op 9 juli in het openbaar op een kazerneplein onder miraculeuze omstandigheden gefusilleerd. Zijn lichaam wordt geborgen en op geheime locaties bewaard.

Lees: Autobiografische citaten van de Báb

Bahai geschiedenis - Zanján

1850

Na acht maanden strijd komt er in december een einde aan het beleg van Zanján. Circa 2000 bábí inwoners, die zich hadden verschanst in het oostelijke deel van de stad, worden verslagen en gedood door regeringstroepen. Velen zien daarin het einde van de ‘sekte der bábís’.

Lees: De Britse Ambassadeur over Zanján

Bahai geschiedenis - Teheran

1852

In augustus leidt een aanslag op Násiru’d-Dín Sháh in Teheran tot uiterst wrede vervolgingen van bábís. Het nieuws bereikt de Europese pers en vestigt daar voor het eerst de aandacht op de bábís en hun ideëen.

Lees: Eerste Nederlandse nieuwsberichten over bábís

Bahai geschiedenis - Síyáh-Chál (Zwarte Put)

1852

Als vooraanstaande bábí wordt Mírzá Husayn-‘Alí gearresteerd en in Teheran gevangen gezet in de Síyáh-Chál (Zwarte Put), een oud ondergronds waterreservoir dat dienst doet als kerker. Zijn voeten worden in een houten blok geplaatst terwijl Hij met een zware stalen halsband vastgeketend zit aan vijf anderen. In deze koude, donkere en stinkende omgeving wordt Hij Zich bewust van Zijn Goddelijke Zending.

Lees: Progressieve Openbaring

Bahai geschiedenis - Perzië

1853

Met hulp van de Russische gezant wordt Mírzá Husayn-‘Alí na vier maanden vrijgelaten en uit Perzië verbannen. Verzwakt en slecht toegerust voor een reis over met sneeuw bedekte bergen vertrekt Hij samen met Zijn gezin naar Irak. Na drie maanden bereikt Hij Bagdad. Daar zal Hij tien jaar wonen.

Lees: Geloof & Rede

Bahai geschiedenis - Sulaymáníyyih

1854

Mírzá Husayn-‘Alí trekt Zich in april terug in de bergachtige wildernis rond Sulaymáníyyih in Kurdistan en woont enige tijd in een grot van de berg Sar-Galú.

Lees: God

Bahai geschiedenis - Bagdad

1856

In maart keert Mírzá Husayn-‘Alí terug naar Bagdad. De kleine, verdeelde en teneergeslagen Bábí-gemeenschap in de stad (circa 50 personen) schaart zich rond Hem en herstelt zich van de vervolgingen. Ook steeds meer buitenstaanders, zoals de Britse Consul ter plaatse, gaan Mírzá Husayn-‘Alí nu zien als het ‘Hoofd der bábís’.

Bahai Geschiedenis

1859

De Verborgen Woorden (1858) en het Boek van Zekerheid (1862) worden geopenbaard. Getuige van Mírzá Husayn-‘Alí’s groeiende invloed verzoeken de Perzische autoriteiten hun Turkse collega’s Hem verder van hun grens te houden. Hij wordt naar Constantinopel (Istanbul) ontboden.

Lees: De Verborgen Woorden

Bahai geschiedenis - Ridván

1863

Kamperend in een tuin, net buiten de stadsmuren, maakt Mírzá Husayn-‘Alí Zich enkele dagen voor Zijn vertrek uit Bagdad bekend als de door de Báb aangekondigde ‘Hij-Dien-God-zal-Openbaren’. Vanaf dat moment staat Hij bekend als Bahá’u’lláh (Glorie van God). Deze zogenoemde Ridván-periode wordt jaarlijks gevierd.

Lees: Ridván - De Openbaring van Bahá’u’lláh

Bahai geschiedenis - Constantinopel (Istanbul)

1863

Via Samsun komt Bahá’u’lláh in augustus per stoom-zeilschip in Constantinopel (Istanbul) aan. Hij verblijft daar drie maanden en wordt dan, mogelijk op aandringen van de Perzische ambassadeur, verbannen naar Adrianopel (Edirne) in het uiterste westen van het Ottomaanse Rijk.

Bahai geschiedenis - Edirne (Adrianopel)

1863

Via Istanbul (Constantinopel) komt Bahá’u’lláh in december als banneling aan in Edirne (Adrianopel). Hij zal daar vijf jaar wonen. De bábís gaan zich bahá’í noemen.

Bahai Geschiedenis

1865

Als geen ander boek maakt Les Religions et les Philosophies dans l’Asie Centrale (De Godsdiensten en Filosofieën van Centraal Azië) van de Franse diplomaat Joseph Arthur Graaf van Gobineau het ‘Babisme’ bekend in het Westen. Gobineau verbleef van 1855 tot 1863 (met een onderbreking van drie jaar) in Perzië, had toegang tot de officiële geschiedschrijving van het hof, en kende bábís in Teheran.

Bahai Geschiedenis

1867

Bahá’u’lláh richt zich voor de eerste keer in een brief tot de ‘koningen der aarde’. Daarin spoort Hij hen aan om te luisteren naar de ‘Stem van God’, Zijn Zaak te onderzoeken en op de komen voor de armen en verdrukten.

Lees: Rechtvaardigheid

Bahai geschiedenis - Gallipoli

1868

Uit vrees voor het veroorzaken van ‘onrust onder het volk der Islam’ besluit de Turkse regering om Bahá’u’lláh te deporteren. In augustus wordt Hij, samen met familieleden en een aantal Perzische volgelingen, onder militair escorte naar de stad Gallipoli (Gelibolu) overgebracht. Zijn bezittingen in Bagdad en Edirne worden geconfiskeerd.

Bahai geschiedenis - Akka

1868

Op 31 augustus komt Bahá’u’lláh met familie en volgelingen per stoom-zeilschip (vanuit Gallipoli via Smyrna, Alexandië en Port Saïd) aan voor de kust van het Heilige Land. De 70 bannelingen worden met een zeilboot aan land gebracht bij de zeepoort van de oude vestingstad Akka, die dienst doet als Turkse strafkolonie. Zij worden vastgezet in de grotendeels leegstaande citadel.

Lees: Aankomst in het  Heilige Land

Bahai geschiedenis - Badí

1869

Bahá’u’lláh zendt open brieven aan de wereldleiders van Zijn tijd, zoals Napoleon III, Koningin Victoria en Tsaar Alexander II. De koerier die de brief aan Násiri’d-Dín Sháh bezorgt, een jongeman genaamd Badí (Wonderbaarlijke), wordt gearresteerd, gemarteld en gedood.

Lees: Badí

Lees: Brief aan de Paus

Bahai geschiedenis - Mírzá Mihdí (links) & 'Abdu'l-Bahá

1870

Mírzá Mihdí (links), de jongste zoon van Bahá’u’lláh, valt op een avond door een dakraam van de citadel. De volgende dag bezwijkt hij, op 22-jarige leeftijd, aan zijn verwondingen. Bahá’u’lláh geeft zijn dood de status van een offer. Niet lang daarna worden de bannelingen vrijgelaten uit de citadel.

Bahai geschiedenis - Akka

1870

De bannelingen worden overgebracht naar andere accommodatie binnen de stadsmuren. De Kitáb-i-Aqdas (Heiligste Boek) wordt geopenbaard. Dit ‘Handvest van een toekomstige wereldbeschaving’ bevat alle wetten en verordeningen van het Bahá’í-geloof.

Bahai Geschiedenis

1871

Georg Hardegg, de stichter van de Duitse kolonie bij Haifa, heeft in Akka een onderhoud met Bahá’u’lláh. Hij bericht daarover in de Süddeutsche Warte, de krant van de zogenoemde ‘Tempelbouwers’, een geloofsgemeenschap die het Heilige Land klaar wil maken voor de terugkomst van Christus.

Lees: Georg Hardegg en zijn kolonie

Bahai geschiedenis - Mazra'ih

1877

Bahá’u’lláh krijgt toestemming om Akka te verlaten. Hij verhuist naar Mazra’ih, een huis zes kilometer ten noorden van de stad. De stroom van pelgrims neemt toe en resulteert in een opleving van bahá’í activiteiten in heel Perzië.

Lees: Pelgrimsreis

Bahai geschiedenis - de broers Siyyid Muhammad-Hasan en Siyyid Muhammad-Husayn

1879

Een Nederlandse koopman is er in maart in Isfahan getuige van hoe prominente moslim geestelijken twee van zijn bahá’í handelsrelaties, de broers Siyyid Muhammad-Hasan en Siyyid Muhammad-Husayn, op valse gronden laten onthoofden. Bahá’u’lláh spreekt van ‘de Koning - en de Geliefde der Martelaren’.

Lees: Johan Collignon in Isfahan

Bahai geschiedenis - Bahjí

1879

Bahá’u’lláh verhuist van Mazra’ih naar het landhuis Bahjí, enkele kilometers buiten Akka. Daar worden de meeste bezoekers ontvangen door Zijn oudste zoon ‘Abbás Effendi. Vele heilige teksten dateren uit deze periode. De eerste alia (opgang) van Joodse emigranten naar het Heilige Land komt op gang.

Bahai geschiedenis - Makassar

1885

Onder het wakend oog van koloniale autoriteiten introduceren Jamál Effendi en Siyyid Mustafa Rumi het Bahá’í-geloof in Nederlands-Indië. Vooral de vorstin en prinsgemaal van het Leenvorstendom Boné op Celebes (nu Sulawesi) tonen grote interesse (foto: Makassar).

Lees: De koningin en prins van Boné

Bahai geschiedenis - professor Edward G. Browne

1890

De Britse oriëntalist professor Edward G. Browne had in 1887 tijdens een reis door Perzië bábís leren kennen en bij terugkomst zijn eerste wetenschappelijke artikel over hen geschreven: The Bábís of Persia. Dertien jaar later reist hij speciaal naar het Midden Oosten om Bahá’u’lláh te ontmoeten. Hij is een der laatsten die toestemming krijgen voor een audiëntie.

Bahai geschiedenis - Haifa

1891

Tijdens Zijn laatste bezoek aan Haifa kampeert Bahá’u’lláh op de berg Carmel en wijst Hij de plaats aan voor het toekomstige Mausoleum van de Báb.

Lees: Het Mausoleum van de Báb

Bahai geschiedenis - Yazd

1891

In mei is een Nederlandse handelsagent er in Yazd getuige van hoe zeven onschuldige bahá’ís op last van de gouverneur worden geëxecuteerd. Zijn hulp aan weduwen en wezen wordt door Bahá’u’lláh opgemerkt.

Lees: Cornelis Prins verleent hulp

Bahai geschiedenis - Bahjí

1892

In de vroege uren van 29 mei overlijdt Bahá’u’lláh in het landhuis van Bahjí. Een periode van bijna 50 jaar onafgebroken Goddelijke Openbaring is ten einde. Op dat moment wonen er bahá’ís in o.a. Perzië, Irak, Turkije, Egypte, Soedan, Libanon, Syrië, India en Rusland. Tijdens het gebed keren bahá’ís zich naar Zijn rustplaats in Bahjí.

Bahai geschiedenis - 'Abdu'l-Bahá

1892

Bahá’u’lláh had Zijn oudste zoon aangewezen als ‘het Middelpunt van Mijn Verbond’, hij die de Bahá’í-gemeenschap na Zijn dood zal leiden. ‘Abbas Effendi (foto c.1868) neemt de naam ‘Abdu’l-Bahá (Dienaar van Bahá) aan.

Bahai geschiedenis - Ibrahim Kheiralla

1894

In Chicago en later in Kenosha (1898) en New York (1898) weet de Syriër Ibrahim Kheiralla (rechts) — hij is twee jaar eerder naar de VS geëmigreerd — velen voor het Bahá’í-geloof te interesseren. Robert Turner (links) is de eerste zwarte Amerikaan die (in 1898) bahá’í wordt.

Bahai geschiedenis - Thornton Chase

1894

In Chicago wordt Thornton Chase (man met witte snor onder de parasol; foto Egypte 1907) als eerste Amerikaan bahá’í.

Bahai geschiedenis - Phoebe Hearst

1898

Georganiseerd door de Californische filantroop Phoebe Hearst reizen de eerste Noord-Amerikaanse pelgrims (c. 14 personen) in september naar ‘Abdu’l-Bahá. Om niet op te vallen bezoeken zij Akka in kleine groepjes vanuit Cairo.

Bahai geschiedenis - Lua en Edward Getsinger

1899

Lua en Edward Getsinger waren de eersten die ‘Abdu’l-Bahá afgelopen december hadden ontmoet. Bij terugkeer in New York (mei) hebben zij een foto en een wascylinder-opname van zijn stem bij zich. Kheiralla betwist ‘Abdu’l-Bahá’s leiderschap. Dit leidt tot een tijdelijke scheuring van de Amerikaanse Bahá’í-gemeenschap.

Bahai geschiedenis - Asjchabad - Turkmenistan

1902

Hájí Mírzá Muhammad-Taqí, een neef van de Báb, begint met de bouw van het eerste bahá’í ‘Huis van Aanbidding’ te Asjchabad in Russisch Turkmenistan (rechts aan de horizon). In 1938 wordt het gebedshuis door de communistische regering onteigend. Zo'n 500 bahá’ís worden naar werkkampen gestuurd. Na een zware aardbeving wordt het gebouw in 1963 gesloopt.

Lees: Huis van Aanbidding in Asjchabad

Bahai Geschiedenis

1903

In mei publiceert de Joods-Russische auteur Isabel Grinevskaya in St Petersburg een dramatisch gedicht in vijf akten met de titel De Báb. Het werk wordt in Rusland enthousiast ontvangen, onder andere door Leo Tolstoy, en zal in 1904 en 1917 in St Petersburg worden uitgevoerd. Grinevskaya zal in 1910 in Alexandrië ‘Abdu’l-Bahá ontmoeten en bahá’í worden.

Lees: Leo Tolstoy en de Bahá’í Beweging

Bahai geschiedenis - Maurits Wagenvoort

1905

De Nederlandse journalist en schrijver Maurits Wagenvoort is in het voorjaar meerdere malen te gast bij bahá’ís in Teheran, Káshán en Abádih. Hij schrijft daarover in zijn journaal, kranten-feuilleton en boek Van Madrid naar Teheran (1907). Wagenvoort spreekt van ‘Behaïsme’ en ‘Behaï-godsdienst’.

Lees: Maurits Wagenvoort ontmoet bahá’ís

Baha'i Geschiedenis

1905

De Duitse immigrant Edwin Fischer studeerde tandheelkunde in New York en werd daar in 1903 bahá’í. Na een bezoek aan ‘Abdu’l-Bahá (1905) vestigt hij zich in Stuttgart. Daar ontwikkelt zich snel een bahá'í-gemeenschap. Vanwege de ‘Grote Oorlog’ zal hij in 1914 terugkeren naar de VS.

Bahai geschiedenis - Laura Clifford Barney

1908

De Amerikaan Laura Clifford Barney, die omstreeks 1900 tijdens haar studie in Parijs bahá’í was geworden, publiceert in het Farsi, Frans en Engels Some Answered Questions (Beantwoorde Vragen). In de periode 1904-1906 had zij in het huis van ‘Abdu’l-Bahá in Akka gewoond en daar tijdens meerdere middagmaaltijden diens antwoorden op haar vragen genoteerd.

Lees: Laura Barney in Akka

Bahai geschiedenis - Mausoleum van de Báb

1909

In 1899 was ‘Abdu’l-Bahá op de berg Carmel begonnen aan de bouw van het Mausoleum voor de Báb. In maart vinden de stoffelijke resten van de Báb, na jaren op geheime plekken te zijn bewaard, hierin hun laatste rustplaats.

Bahai Geschiedenis

1909

Op verzoek van ‘Abdu’l-Bahá vestigt de Amerikaanse arts en bahá’í Dr. Susan Moody zich in Perzië om daar de medische zorg voor bahá’í vrouwen op zich te nemen. Zij helpt een groep bahá’í artsen met het opzetten van een ziekenhuis, traint meisjes voor verpleegster en vroedvrouw, en sticht de Tarbíyat Meisjes School in Teheran (1910). Zij zal tot haar dood (1934) in Perzië blijven.

Bahai Geschiedenis

1910

Om de gelovigen met elkaar in contact te houden wordt in maart in Chicago het tweetalige maandblad (Engels en Perzisch) Bahai News opgericht. Nadat ‘Abdu’l-Bahá het initiatief prijst als de ‘Ster van het Westen’ wordt dát vanaf de tweede jaargang de nieuwe naam: Star of the West.

Bahai geschiedenis - Alexandrië

1910

Als gevolg van de Revolutie der Jong Turken was ‘Abdu’l-Bahá in 1908 in vrijheid gesteld. Hij verhuist van Akka naar Haifa. Vanaf augustus verblijft hij gedurende een jaar in Alexandrië. Een geplande reis naar Europa gaat niet door.

Bahai geschiedenis - Londen

1911

In augustus begint ‘Abdu’l-Bahá vanuit Egypte aan zijn eerste reis naar Europa. Op uitnodiging van dominee Campbell (foto: links) geeft hij op 10 september in de City Temple te Londen zijn eerste openbare lezing in het Westen.

Bezoek: bahai.org.uk

Bahai Geschiedenis

1911

Vanaf oktober verblijft ‘Abdu’l-Bahá negen weken in een appartement aan de Avenue de Camoëns in Parijs. Zijn toespraken worden opgetekend en gepubliceerd als Paris Talks. In december is hij weer terug in Egypte (foto: Avenue de Camoëns).

Lees: Vriendelijkheid

Bahai Geschiedenis

1912

Na de winter te hebben doorgebracht in Egypte vertrekt ‘Abdu’l-Bahá in maart met het stoomschip Cedric van de White Star Line vanuit Alexandrië naar New York. Het had niet veel gescheeld of hij was onderweg overgestapt op de nieuwe, luxe en ‘onzinkbare’ Titanic. Kleinzoon Shoghi wordt in Napels teruggestuurd onder de (onjuiste) diagnose ‘trachoom’.

Lees: ‘Abdu’l-Bahá over de Titanic

Bahai geschiedenis - Wilmette

1912

Geholpen door vertegenwoordigers van verschillende bahá’í-gemeenschappen legt ‘Abdu’l-Bahá op 1 mei in Wilmette, bij Chicago, de eerste steen voor het eerste bahá’í Huis van Aanbidding op het westerlijk halfrond.

Lees: Religie

Bahai geschiedenis - Lake Mohonk Peace Conference

1912

‘Abdu’l-Bahá houdt een lezing op de sinds 1895 jaarlijks georganiseerde Lake Mohonk Peace Conference. Daarin geeft hij een uiteenzetting van bahá’í-principes die de universele vrede moeten ondersteunen. Het ‘uitdragen van universele vrede’ is de belangrijkste reden voor zijn komst naar Amerika.

Lees: Bahá’í Principes

Bahai geschiedenis - Stanford

1912

‘Abdu’l-Bahá geeft toespraken aan de universiteiten van Columbia (New York), Howard (Washington) en Stanford (Palo Alto).

Lees: Evolutie

Bahai geschiedenis - Louisa Mathew en Louis Gregory

1912

In een tijd van rassensegregatie en een verbod op interraciale huwelijken trouwen de Britse Louisa Mathew en de Amerikaanse jurist Louis Gregory in september in New York. Zij hebben de uitdrukkelijke zegen van ‘Abdu’l-Bahá.

Lees: Racisme

Bahai geschiedenis - New York

1912

Na een reis van 239 dagen door heel Noord-Amerika keert ‘Abdu’l-Bahá in december terug naar Europa. Hij heeft dan in 50 verschillende steden, ruim 400 toespraken gehouden voor naar schatting 93.000 directe toehoorders, de krantenlezers dus niet meegerekend (foto: ‘Abdu’l-Bahá in New York tussen de Amerikaanse en Perzische vlag).

Bezoek: bahai.us

Bezoek: 239days.com

Bahai geschiedenis - Parijs

1913

In december was ‘Abdu’l-Bahá vanuit New York vertrokken naar Liverpool. Hij had de overtocht opnieuw met de Cedric gemaakt. Na bezoeken aan Londen, Oxford, Edinburgh en Bristol, is hij vanaf eind januari 22 weken in Parijs.

Bahai geschiedenis - Stuttgart

1913

Vanuit Parijs maakt ‘Abdu’l-Bahá in april een retour naar Stuttgart (foto). Dit centrum van Duitse bahá’í activiteit was vanaf 1905 ontstaan rond twee teruggekeerde emigranten die in de VS het geloof hadden leren kennen. ‘Abdu’l-Bahá brengt ook een kort bezoek aan Budapest en Wenen.

Bahai geschiedenis - Agnes Alexander en Martha Root

1914

Op verzoek van ‘Abdu’l-Bahá introduceert Agnes Alexander (foto midden-achter), een bahá’í uit Hawaii, het Bahá’í-geloof in Japan. Zij zal daar de rest van haar leven wonen. Samen met Martha Root (foto links-voor) onderricht zij het geloof ook Korea en China.

Bahai geschiedenis - Haifa

1915

Door de oorlog worden de verbindingen met het Heilige Land in januari voor ruim drie jaar verbroken. ‘Abdu’l-Bahá zendt bahá’í-gezinnen naar het drusen dorp Abu Sinan, weg uit het gevaarlijke kustgebied, en schrijft de Tablets of the Divine Plan (foto: Duitse officieren bij ‘Abdu’l-Bahá).

Bahai Geschiedenis

1918

De Amerikaanse mode-illustrator en portretschilder Mark Tobey wordt in New York bahá’í. Hij zal veel reizen en onder invloed van het Arabische en Chinese schrift, een abstracte schilderstijl ontwikkelen die bekend wordt als ‘wit schrift’ (white writing) (foto: 1933).

Bekijk: Werk van Mark Tobey

Bahai geschiedenis - Haifa

1920

‘Abdu’l-Bahá ontvangt voor zijn humanitaire werk gedurende de ‘Grote Oorlog’ (Eerste Wereldoorlog) het Knighthood of the British Empire.

Bahai geschiedenis - Clara en Hyde Dunn

1920

Het Britse-Canadese echtpaar Clara en Hyde Dunn brengt in april het Bahá’í-geloof vanuit Californië naar Australië. Beiden worden later door de Behoeder benoemd tot ‘Hand-van-de-Zaak’.

Bahai geschiedenis - Ahmad Yazdání

1920

Ahmad Yazdání en Ibn-i-Asdaq overhandigen in mei in Den Haag ‘Abdu’l-Baha’s Tafel van de Vrede aan het uitvoerend comité van de Centrale Organisatie voor een Duurzame Vrede. Aansluitend geeft Yazdáni in het Esperanto diverse lezingen over het geloof. De dagbladen spreken van ‘Bahaïsme’.

Lees: Tafel van de Vrede

Bahai geschiedenis - Julia Isbrücker

1920

De Haagse Esperantist Julia Isbrücker is Yazdání’s en Ibn-i-Asdaq’s gids en tolk bij hun ruim twee maanden durend verblijf in Nederland. In 1928 nodigt zij bahá’ís uit voor de door haar georganiseerde internationale conferentie Vrede door Religie.

Lees: Nederlandse geschiedenis

Bahai geschiedenis - Jo Goudsmit

1921

De Rotterdamse Jo Goudsmit was als een der eerste Nederlandse zionisten naar Palestina geëmigreerd. Zij werkt als correspondent voor de Nieuwe Rotterdamse Courant en interviewt ‘Abdu’l-Bahá in Haifa en Tiberias.

Lees: Jo Goudsmit ontmoet ‘Abdu’l-Bahá

 

Bahai geschiedenis - Haifa

1921

‘Abdu’l-Bahá overlijdt op 28 november in zijn huis te Haifa. Meer dan tienduizend joden, christenen, moslims en druzen zijn bij de uitvaart aanwezig. De Joodse en Arabische pers besteden uitgebreid aandacht aan het leven van de overledene en benadrukken zijn inspanningen voor eenheid en vrede. ‘Abdu’l-Bahá wordt bijgezet in het Mausoleum van de Báb.

Lees: Heengaan van ‘Abdu’l-Bahá

Bahai geschiedenis - Bahiyyih Khánum

1922

In januari maakt Bahiyyih Khánum bekend dat haar broer per testament zijn oudste kleinzoon, Shoghi Effendi heeft aangewezen als ‘Behoeder van het Geloof’. Voor alle betrokkenen is deze benoeming een verrassing. Shoghi Effendi was enkele dagen eerder uit Engeland in het Heilige Land teruggekeerd.

Bahai geschiedenis - Shoghi Effendi in Manchester

1922

Na overleg (februari-maart) in Haifa met bahá’ís uit Iran, Amerika, Groot-Brittannië, Frankrijk en Duitsland start de Behoeder de ontwikkeling van het wereldwijde bahá’í-bestuursstelsel. Hij roept de grotere gemeenschappen op om zich via jaarlijkse verkiezingen te organiseren in locale raden van negen bahá’ís (foto: Shoghi Effendi in Manchester 1921).

Bahai geschiedenis - Lady Blomfield

1923

Lady Blomfield (links) vergezelt Shoghi Effendi op zijn terugreis van Oxford naar het Heilige Land. Daar interviewt zij Bahíyyih Khánum (midden zittend) dochter van Bahá’u’lláh, Munírih Khánum weduwe van ‘Abdu’l-Bahá, en haar vier dochters over de eerste dagen van het geloof. Deze gesproken kronieken worden in 1940 gepubliceerd als The Chosen Highway.

Bahai geschiedenis - Esslingen

1923

In april kiezen de Duitse bahá’ís (evenals hun Britse en Brits-Indische geloofsgenoten) als eersten hun ‘Geestelijke Nationale Raad voor Duitsland’. In 1934 zal die naam worden gewijzigd in ‘Nationale Geestelijke Raad van de Bahá’ís in Duitsland’ (foto: Esslingen 1921).

Bahai geschiedenis - Your true brother, Shoghi

1923

De Behoeder verzoekt de bahá’ís om één systeem te gebruiken voor de transliteratie van bahá’í termen en oosterse namen. Vanaf die tijd spreekt hij steeds vaker van The Faith of Bahá’u’lláh of van Bahá’í Faith (Bahá’í-geloof) om de nieuwe godsdienst aan te duiden.

Bahai Geschiedenis

1923

De Schotse arts John Esslemont publiceert in september Bahá’u’lláh and the New Era (Bahá’u’lláh en het Nieuwe Tijdperk), een inleiding tot de geschiedenis en visie van het Bahá’í-geloof. Zowel ‘Abdu’l-Bahá als Shoghi Effendi steunden zijn werk. Het boek zal over de hele wereld en in tientallen talen worden uitgegeven.

Lees: John Esslemont

Baha'i Geschiedenis

1924

Op aandringen van de ‘dienstmaagden van God in Amerika’ publiceert Munírih Khánum, weduwe van ‘Abdu’l-Bahá, een Engelse vertaling van haar memoires. Het is een van de eerste autobiografieën van een vrouw uit het Midden-Oosten. Het verslag eindigt in 1872 als de auteur vanuit Isfahan via Shiraz, Mekka en het Suez Kanaal in Akka aankomt.

Bahai geschiedenis - Persepolis

1925

Op dringend advies van de Behoeder geeft de Nationale Geestelijke Raad van Perzië opdracht om in het hele land de herinneringen en nalatenschappen van de eerste gelovigen vast te leggen en te verzamelen ten behoeve van een complete, betrouwbare en representatieve geschiedschrijving (foto: ochtend in Persepolis). 

Bahai geschiedenis - Lidia Zamenhof

1926

Het gebruik van een wereldhulptaal is een van de raadgevingen van Bahá’u’lláh. Nadat ‘Abdu’l-Bahá zich positief over het Esperanto uitlaat, leren veel bahá’ís deze taal. In 1926 wordt Lidia Zamenhof, dochter van de grondlegger van het Esperanto, de eerste Poolse bahá’í (hier zit zij naast de foto van ‘Abdu’l-Bahá, tijdens het 20-ste Universele Esperanto Congres, Antwerpen 1928).

Lees: Esperanto

Bahai geschiedenis - koningin Marie van Roemenië

1926

Koningin Marie van Roemenië, kleindochter van Koningin Victoria en Tsaar Alexander II, wordt de eerste bahá’í vorstin. Haar voorgenomen bezoek aan de bahá’í heilige plaatsen in Palestina zal in 1930 om politieke en religieuze redenen worden tegengehouden.

Lees: Koningin Marie van Roemenië

Bahai Geschiedenis

1926

In New York wordt de eerste editie van The Bahá’í World gepubliceerd. Middels verslagen van belangrijke gebeurtenissen, brieven van bahá’í-instellingen, statistische informatie, foto’s, en artikelen zal deze serie jaarboeken het algemene publiek op de hoogte houden van de wereldwijde bahá’í-activiteiten (foto uit The Bahá’í World: Bahá’í-weeshuis na de Kanto / Tokyo aardbeving van 1923).

Bahai geschiedenis - Leonora Holsapple

1927

De Amerikaanse Leonora Holsapple was in 1921 naar Brazilië vertrokken, om daar het Bahá’í-geloof te onderrichten. Zes jaar later is zij de eerste die lezingen over het Bahá’í-geloof geeft in Haïti, Colombia, Venezuela, Trinidad & Tobago, Barbados, Guyana en Suriname. Zij wordt daarom wel ‘de Geestelijk Moeder van Zuid-Amerika’ genoemd.

Lees: Leonora Holsapple in Paramaribo

Bahai geschiedenis - Effie Baker

1930

In opdracht van Shoghi Effendi reist de Australische fotograaf Effie Baker door Perzië om foto’s te maken van bahá’í historische plaatsen. Haar werk wordt opgenomen in Shoghi Effendi’s vertaling van Nabil’s geschiedschrijving The Dawn-Breakers.

Bahai geschiedenis - Tarbíyat scholen

1934

Perzië wordt Iran. Onder druk van de geestelijkheid maakt de Iraanse overheid een einde aan circa 30 jaar, door bahá’ís georganiseerd, seculier onderwijs voor jongens én meisjes. Ook de beroemde Tarbíyat scholen in Teheran, waar de kinderen van de Sjah onderwijs kregen, moeten dicht.

Lees: Onderwijs

Bahai geschiedenis - Nazi-Duitsland

1937

In Duitsland verbiedt de Nazi-regering het Bahá’í-geloof en haar instellingen. Bahá’í boeken en archieven worden in beslag genomen en vernietigd. Huizen worden doorzocht en bahá’ís gevangen gezet. Zo wordt in 1939 Paul Köhler tot zes maanden gevangenisstraf veroordeeld voor het kopiëren van het korte verplichte gebed. In 1946 wordt de Nationale Geestelijke Raad van West-Duitsland opnieuw gekozen.

Bahai Geschiedenis

1938

Ten behoeve van het groeiende aantal westerse bahá’ís maakt de Behoeder een Engelse Bloemlezing uit de Geschriften van Bahá’u’lláh beschikbaar. Zij is een vervolg op eerdere vertalingen, zoals De Verborgen Woorden (1925) en Het Boek van Zekerheid (1931). Hij zet daarmee de standaard voor latere vertalers (foto: Shoghi Effendi plaatst een luifel boven de deur naar de Graftombe van Bahá’u’lláh, 1930).

Bahai geschiedenis - Mausoleum van de Báb

1944

Shoghi Effendi was in 1937 getrouwd met de Canadese bahá’í Mary Maxwell, sindsdien bekend als Rúhíyyih Khánum. In 1942 had hij zijn schoonvader de architect William S. Maxwell de opdracht gegeven voor een ontwerp voor de overkoepeling van het Mausoleum van de Báb. Bij de 100-ste verjaardag van de Verkondiging van de Báb, onthult de Behoeder de definitieve tekeningen en maquette.

Bahai geschiedenis - Australische Marine

1944

De Behoeder publiceert in november God Schrijdt Voorbij, zijn monumentale beschrijving van de eerste eeuw van het Bábí- en Bahá’í-geloof. Het werk biedt bahá’ís een overzicht en interpretatie van hun godsdienst en haar transformatie van een sekte van de Islam naar een wereldgodsdienst (foto: Australische Marine, Haifa 1941).

Bahai geschiedenis - tweede zevenjarenplan

1946

De Behoeder lanceert in april zijn tweede zevenjarenplan voor de bahá’ís van de Verenigde Staten en Canada. Die krijgen daarin de opdracht om het Bahá’í-geloof systematisch te onderrichten op het door oorlog verscheurde Europese continent. In oktober komen de eerste ‘pioniers’ aan in Denemarken en Nederland.

Bahai geschiedenis - Exodus 1947 Haifa

1947

Grote aantallen Holocaust-overlevenden arriveren in Haifa. Op verzoek van de UN Special Committee on Palestine schrijft de Behoeder een verklaring over de positie van de bahá’ís. Dit comité was in het leven geroepen om de Algemene Vergadering van de VN te adviseren over het toekomstige bestuur van (Brits) Palestina (foto: de Exodus 1947 in Haifa).

Bahai geschiedenis - Mildred Mottahedeh

1948

De Verenigde Naties erkennen de Bahá’í International Community (BIC) als internationale non-gouvermentele organisatie. Bij monde van de Amerikaanse Mildred Mottahedeh kunnen bahá’ís hun visie kenbaar maken in vele VN-conferenties en opkomen voor hun vervolgde geloofsgenoten.

Bezoek: bic.org

Bahai geschiedenis - Mausoleum van de Báb

1953

De overkoepeling van het Mausoleum van de Báb is klaar. Met haar ‘kroon’ van goud-geglazuurde daktegels (uit Nederland) wordt de ‘Koningin van de Carmel’ het visitekaartje van de Internationale Bahá’í-gemeenschap (en de stad Haifa). Er wonen nu bahá’ís in ruim 200 landen.

Lees: Gouden daktegels uit Nederland

Bahai geschiedenis - Nationale Bahá’í Centrum Teheran

1955

In Iran krijgt een moslim geestelijke de gelegenheid om op de staatsradio een reeks anti-bahá’í preken te houden. Een golf van religieuze intolerantie trekt door het land. In Teheran slopen hoge militairen eigenhandig het Nationale Bahá’í Centrum.

Bahai geschiedenis - Shoghi Effendi

1957

Tijdens een bezoek aan Londen overlijdt Shoghi Effendi. Net als Bahá’u’lláh had de Behoeder (vanaf 1925) enkele prominente bahá’ís (mannen en vrouwen) benoemd tot ‘Hand-van-de-Zaak-Gods’, met de taak hun mede-bahá’ís te inspireren en het geloof te beschermen. De 27 Handen treden nu op als ‘beheerders’ tot aan de verkiezing van het eerste Universele Huis van Gerechtigheid.

Bahai geschiedenis - Frankfurt

1958

Tijdens vijf intercontinentale conferenties in achtereenvolgens Kampala, Sydney, Chicago, Frankfurt (foto) en Singapore roepen de Handen-van-de-Zaak hun mede-bahá’ís op om zich over de wereld te verspreiden; de numerieke doelen van het Tienjarenplan zullen in 1963 anders niet worden gehaald. Veel Iraanse bahá’ís, soms hele gezinnen, vestigen zich blijvend in het buitenland.

Bahai Geschiedenis - Kampala (Uganda)

1961

In januari neemt Rúhiyyih Khánum het Huis van Aanbidding van Kampala (Uganda) officieel in gebruik. De bouw van deze ‘Moedertempel van Afrika’ was in 1955 nog door Shoghi Effendi in gang gezet.

Lees: Bahá’í Gebeden

Bahai geschiedenis - het Internationale Baha’i Archief

1961

In het najaar opent het Internationale Bahá’í Archief haar deuren voor bahá’í pelgrims. Die kunnen daar nu unieke archivalia zien zoals portretten, handschriften en kleding van de Báb en Bahá’u’lláh. De Behoeder had in 1957 voor het archief een Parthenon-achtige architectuur gekozen. Het gebouw werd in Italië in onderdelen gefabriceerd en daarna in Haifa geassembleerd.

Bahai geschiedenis - Eerste Internationale Conventie

1963

De doelen van het Tienjarenplan zijn gehaald. In Haifa kiezen 288 leden van de 56 dan bestaande Nationale Geestelijke Raden in april bij geheime stemming de negen leden van het eerste Universele Huis van Gerechtigheid. Het Huis wordt iedere vijf jaar gekozen.

Lees: Organisatie

Bahai Geschiedenis

1963

Het Universele Huis van Gerechtigheid neemt de hoogste autoriteit binnen het bahá'í-bestuurstelsel over van de Handen-van-de-Zaak (hier samen in Bahjí).

Lees: Centrale Figuren

Bahai geschiedenis - Royal Albert Hall

1963

Zo’n 6.000 bahá’ís vieren in de Royal Albert Hall in Londen, tijdens het eerste Bahá’í Wereldcongres, de 100-ste verjaardag van de verkondiging van Bahá’u’lláh.

Bahai Geschiedenis Nederland

1964

Nadat vier jaar eerder op een heuvel in het Taunus-gebergte de eerste steen was gelegd, wordt in juli in Langenhain (nabij Frankfurt) de ‘Moeder Tempel van Europa’ door Rúhíyyih Khánum geopend. De 640 prefab gewapend-betonnen onderdelen werden in Nederland geproduceerd.

Bezoek: bahai.de

Bahai Geschiedenis

1965

De ‘zuivering’ van Bahjí is voltooid. Bahá’u’lláh was na zijn dood te rusten gelegd in de noordelijke kamer van een huis naast het landhuis van Bahjí. ‘Abdu’l-Bahá had de plek verfraaid, een waterput geslagen voor de aanleg van de tuinen, en elektrische verlichting aangebracht, maar de heilige graftombe, was net zoals het landhuis, zijn bijgebouwen en het omringende land gedeeltelijk in het bezit van anderen gebleven. Daaraan is nu definitief een einde gekomen (foto: 1969).

Bekijk: Historische foto’s van Bahjí

Bahai geschiedenis - Dizzy Gillespie

1968

De Amerikaanse trompettist en Jazz Ambassador Dizzy Gillespie, bekend om zijn Bebop muziekstijl, wordt bahá’í. Hij zet zich zijn hele leven in voor gelijke rechten voor zwart en wit, en weigert op te treden in het Zuid-Afrika van de apartheid.

Luister: Dizzy Gillespie speelt Olinga

Bahai geschiedenis - Continentale Colleges van Raadgevers

1968

Het Universele Huis van Gerechtigheid roept de (benoemde) ‘Continentale Colleges van Raadgevers’ in het leven om de functies van de (uitstervende) Handen-van-de-Zaak voort te zetten. Negen van deze raadgevers vormen vanaf 1973 het Internationale Onderricht Centrum (foto: 2001).

Lees: Voortreffelijkheid

Bahai Geschiedenis

1969

Rúhíyyih Rabbani publiceert The Priceless Pearl, een biografie van haar echtgenoot Shoghi Effendi. De titel ontleent zij aan de woorden van ‘Abdu’l-Bahá, die zijn kleinzoon in zijn testament had beschreven als ‘de wonderbaarlijkste, unieke en onschatbare parel’.

Bahai geschiedenis - Ruhíyyih Khánum

1969

Na reizen door India en Zuid-Amerika bezoekt Ruhíyyih Khánum, per Landrover in de komende vier jaar 32 landen ten zuiden van de Sahara. Zij presenteert het Bahá’í-geloof aan vele staatshoofden en prominenten. De reizen staan collectief bekend als de ‘Grote Safari’.

Bahai geschiedenis - Koning Tanumafili II

1973

Het Universele Huis van Gerechtigheid maakt bekend dat Koning Tanumafili II van West Samoa (hier met echtgenote en Ruhíyyih Khánum) bahá’í was geworden nadat hem in 1967 De Proclamatie van Bahá’u’lláh was aangeboden. De koning had het toen te vroeg gevonden om zijn besluit openbaar te maken. Het geloof was in 1954 door een Zwitserse-Australiër op het eiland geïntroduceerd.

Bahai geschiedenis - het huis van de Báb in Shiraz

1979

Na een jaar van oproer verandert Iran van een absolute monarchie in een islamitische republiek. De bahá’ís, de grootste religieuze minderheid in het land, verliezen al hun bezittingen. In september wordt het huis van de Báb in Shiraz door revolutionaire gardisten verwoest.

Lees: Politiek

Bahai geschiedenis - Shahyad/Azadi Tower

1980

In Iran schenden de nieuwe islamitische leiders de Rechten van de Mens op grote schaal. Honderden bahá’ís worden gearresteerd op beschuldiging van collaboratie, spionage en Zionisme. Ruim 200 van hen zullen in de komende vijf jaar worden geëxecuteerd of van de aardbodem verdwijnen, zoals bijvoorbeeld de leden van de Nationale Geestelijke Raad (foto: Shahyad/Azadi Tower - in 1971 ontworpen door een bahá’í architect).

Lees: Mensenrechten

Bahai geschiedenis - Archief

1980

De Iraans-Britse bahá’í Moojan Momen publiceert onder de titel The Babi and Baha’i Religions; some contemporary Western accounts, zijn verzameling Europese (niet-bahá’í) bronnen betreffende de eerste eeuw van de Bahá’í-geschiedenis. 

Bahai geschiedenis - Het Universele Huis van Gerechtigheid

1983

Het Universele Huis van Gerechtigheid neemt in januari haar nieuwe zetel in gebruik.

Bezoek: universalhouseofjustice.bahai.org

Bahai geschiedenis - Belofte van Wereldvrede

1985

Terwijl 100-duizenden demonstreren tegen de nucleaire wapenwedloop richt het Universele Huis van Gerechtigheid zich tot de volkeren van de wereld in zijn Belofte van Wereldvrede. Hand-van-de-Zaak Rúhíyyih Khanum en vertegenwoordigers van de Bahá’í International Community overhandigen het document aan de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties.

Bahai geschiedenis - New Delhi, India

1986

In New Delhi wordt het eerste Bahá’í Huis van Aanbidding op het Indische subcontinent geopend. Op dat moment zijn er meer dan een miljoen bahá’ís in India. Ontworpen in de vorm van een op het water drijvende lotusbloem trekt deze ‘Stille Leraar’ ieder jaar meer dan twee miljoen bezoekers en is daarmee één van de belangrijkste bezienswaardigheden in de wereld.

Bezoek: bahaigebeden.nl

Bahai geschiedenis

1987

Als reactie op het ontzeggen van hoger onderwijs aan bahá’ís in Iran ontstaat daar een vorm van correspondentie- en huiskamer-onderwijs — het Bahá’í Institute of Higher Education. Ondanks invallen, confiscaties en arrestaties door de overheid, weet het instituut een door buitenlandse universiteiten erkend niveau van studie te handhaven.

Bahai geschiedenis - Handschrift van Bahá'u'lláh

1992

Bij de 100-ste herdenking van het overlijden van de Auteur publiceert het Universele Huis van Gerechtigheid de geautoriseerde en geannoteerde Engelse vertaling van de Kitáb-i-Aqdas (Het Heiligste Boek) — het ‘Handvest van een toekomstige wereldbeschaving’. De uitgave was in 1973 voorafgegaan door een essentiële voorbode: een synopsis en codificatie (foto: Handschrift van Bahá’u’lláh).

Bahai geschiedenis - New York

1992

Honderd jaar na het overlijden van Bahá’u’lláh komen zo’n 30.000 bahá’ís in New York bijeen voor het tweede Bahá’í Wereldcongres.

Lees: Consultatie

Bahai geschiedenis - VN - beleidsdocument

1993

De VN komen in het bezit van een beleidsdocument ondertekend door de Opperste Leider van de Islamitische Republiek waarin deze de regering adviseert om de ‘groei en ontwikkeling’ van de Iraanse Bahá’í-gemeenschap te ‘blokkeren’, o.a. door bahá’ís werk en toegang tot universitair onderwijs te ontzeggen.

Bahai geschiedenis - Kiribati

1995

Ter ontwikkeling van ‘menselijke hulpbronnen’ (1993) benadrukt het Universele Huis de noodzaak van een formeel nationaal trainingsprogramma, het zogenoemde ‘trainingsinstituut’. Daarbij gaat het niet alleen om kennis van het Geloof, maar ook om het inspireren tot liefde en toewijding, het bevorderen van trouw en actieve deelname aan het werk van de Zaak (foto: studiekring in Kiribati).

Speel: Deugden-spel

Bahai geschiedenis - telegrafie

1996

Na uitvindingen als de telegrafie (foto: van Brits-Indië via Perzië naar Europa), de radio en de televisie was vanaf de 90-er jaren de internationale communicatie en daarmee (potentieel) de eenheid der mensheid verder versterkt door de ontwikkeling van een wereldwijd netwerk van ‘persoonlijke computers’. Vanaf februari heeft de wereldwijde Bahá’í-gemeenschap een officiële aanwezigheid op dit World Wide Web.

Bezoek: bahai.org

Baha'i geschiedenis - Haifa

2001

In mei worden de 19 monumentale tuin-terrassen die van de voet van de berg Carmel via het Mausoleum van de Báb tot aan de top van de berg reiken, geopend.

Lees: Muziek

Bahai geschiedenis - Jeruzalem

2002

Het Universele Huis van Gerechtigheid richt zich tot de religieuze leiders van de wereld en wijst hen op hun verantwoordelijkheid om eenheid van religie te bereiken. En om alle ‘haat en geweld’ die voortkomen uit ‘aanspraken op exclusiviteit en finaliteit’ te beëindigen.

Lees: Aan de Religieuze Leiders van de Wereld

Bahai Geschiedenis

2005

Drie jaar na zijn open brief aan de religieuze leiders van de wereld houdt het Universele Huis nogmaals een pleidooi voor één gemeenschappelijk Geloof. Als men de eenheid van God (Waarheid) serieus neemt, dan moet men ook de fundamentele eenheid van het verschijnsel Religie serieus nemen.

Bahai Geschiedenis

2008

Na de revolutie was het Bahá’í-bestuur in Iran ontbonden. De zeven leden van een ad-hoc nationale contactgroep, die sedert 1989 met medeweten van de autoriteiten bestond, worden gearresteerd. Twee jaar later zullen deze Yaran (Vrienden) worden veroordeeld tot 20 jaar gevangenisstraf (de straf zal later worden gehalveerd).

bahá'í geschiedenis - Haifa

2008

Zowel het Mausoleum van de Báb als de laatste rustplaats van Bahá’u’lláh in Bahjí worden op de UNESCO Lijst van Werelderfgoed geplaatst. Sinds de opening van de terrassen (2001) hebben meer dan tien miljoen mensen de tuinen op de berg Carmel bezocht.

Lees: Dieren

Bahai geschiedenis - Ruhi boek 1

2010

Het Universele Huis blikt terug en constateert dat het trainingsinstituut zich wereldwijd heeft ontwikkeld tot een netwerk van eenheden bestaande uit drie elementen: de studiekring, de begeleider en het curriculum van het Colombiaanse Ruhi Instituut. Alles is klaar voor een ‘duurzame grootschalige uitbreiding en consolidatie’.

Bekijk film: A Widening Embrace

Bahai Geschiedenis

2013

Het huis van Bahá’u’lláh in Bagdad, een Bahá’í-pelgrims-bestemming, wordt door Shi’ih moslims verwoest om er een moskee te bouwen. Het huis was in 1922 geconfiskeerd door de overheid nadat ‘Abdu’l-Bahá het, na jaren van verwaarlozing, van de grond af aan had laten herbouwen.

Bahai geschiedenis

2013

Van Helsinki tot Santiago en van Vancouver tot Auckland vinden er wereldwijd 114 jongeren-conferenties plaats (foto: Macau, China).

Lees: De Mens

Bahai Geschiedenis

2014

De Iraans-Canadese journalist en filmmaker Maziar Bahari start de campagne Education is not a Crime. Veel niet-bahá’ís komen op voor het mensenrecht op onderwijs van bahá’ís-studenten in Iran.

Bezoek: #Not a Crime

baha'i geschiedenis - Santiago Chili

2016

Na Turkmenistan (1919-1963), de Verenigde Staten (1953), Uganda (1961), Australië (1961), Duitsland (1964), Panama (1972), Samoa (1984) en India (1986) wordt in oktober te Santiago in Chili het laatste continentale Huis van Aanbidding geopend.

Lees:  Meditatie

bahai geschiedenis - Ghana

2017

Wereldwijd vieren meer dan 5 miljoen bahá’ís het 200-ste geboortejaar van Bahá’u’lláh (foto: Ghana).

Bekijk film: Light to the World

Bahai Geschiedenis

2018

Vanaf 2013 keerden de Houthi autoriteiten in Yemen zich, op aanwijzing van hun Iraanse bondgenoten, tegen bahá’í burgers. Verscheidenen werden gevangen gezet. In februari roepen meer dan 100 leden van het Europese Parlement in een verklaring op tot hun onmiddellijke vrijlating en het respecteren van de Mensenrechten (foto: Sana’a).

Bezoek: news.bahai.org

Bahai Geschiedenis Nederland

2019

Vooruitblik: Bahá’ís vieren het 200-ste geboortejaar van Siyyid ‘Alí-Muhammad (1819-1850), de Báb. Hij wordt gezien als de Heraut en Voorloper van Bahá’u’lláh. In de woorden van de Báb: ‘Wel gaat het hem die zijn blik gericht houdt op de Orde van Bahá’u’lláh, en zijn Heer daarvoor dank betuigt.’

Bezoek: bahai.nl