Baha'i geschiedenis Nederland

Uw pioniersdiensten in Holland zijn in Gods ogen zeer lovenswaardig ...

Shoghi Effendi aan Louise Drake Wright 1932

Bahai Geschiedenis Nederland

Rotterdamse zakenlieden bij bahá’ís in Perzië (1891)

Bahá’í geschiedenis Nederland - Zoals in de meeste andere Europese landen was het een aanslag op het leven van de sjah van Perzië die het Bahá’í-geloof in 1852 voor de eerste maal onder de aandacht bracht van een breed publiek. Veel meer dan dat die aanslag het werk was van ‘dwepers’ die een ‘ergerlijk materialisme’ beleden en ‘de islamitische wet verwierpen’, kwam de geïnteresseerde krantenlezer echter niet te weten. Daarvoor waren de Nederlands-Perzische contacten in die dagen te minimaal. Pas na de opening van het Suezkanaal (1869) werden de politieke en handelsrelaties tussen de beide landen, die ruim honderd jaar eerder waren verbroken, weer hersteld. En het waren daarom Rotterdamse zakenlieden die als eersten in contact kwamen met bahá’ís.

Bahai Geschiedenis Nederland

Ahmad Yazdání & ‘Alí-Muhammad Ibn-i-Asdaq (1920)

De Nederlands-Perzische handel bleef echter gering van omvang en in het begin van de 20ste eeuw kwam die zelfs geheel tot stilstand. Hoewel de meesten van de circa 100 Nederlanders die in die periode voor enige tijd in Perzië verbleven van het Bahá’í-geloof hadden gehoord, sloot niet één van hen zich bij de Bahá’í-gemeenschap aan. De culturele kloof tussen Oost en West was daarvoor klaarblijkelijk te breed. Pas in het kielzog van de Theosofische Vereniging met haar kosmopolitische visie op het verschijnsel godsdienst kreeg het Bahá’í-geloof in 1913 zijn eerste Nederlandse aanhangers. Ook de komst in 1920 van twee Perzische bahá’ís naar Den Haag om daar aan de Centrale Organisatie voor een Duurzame Vrede de Bahá’í-visie op het bereiken en bewaren van wereldvrede over te brengen, zorgde voor een toename in de bekendheid met deze nieuwe godsdienst. Een handjevol Nederlanders noemde zich in die dagen ‘bahá’í’.

Bahai Geschiedenis Nederland

Nederlands - Amerikaanse bahá’í pioniers (1946)

Een nationale Bahá’í-gemeenschap ontstond pas na de Tweede Wereldoorlog toen Noord-Amerikaanse bahá’ís de taak op zich namen om de godsdienst ook in Europa te vestigen. In Nederland werden de activiteiten aanvankelijk geconcentreerd op Amsterdam en in 1948 kon er in die stad een zogenoemde ‘geestelijke raad’ worden geformeerd. Van een autonome Bahá’í-gemeenschap zou echter pas sprake zijn wanneer er ook op nationaal niveau zo’n raad zou kunnen worden gekozen. Daarvoor waren (zo meende men) tenminste nog acht andere lokale raden nodig. Mede doordat een dertigtal Iraanse gelovigen zich in ons land vestigde was het in 1962 zover: een slechts 136 leden tellende geloofsgemeenschap koos dat jaar voor de eerste maal haar nationale bestuur en verankerde zich daarmee in de Nederlandse samenleving.

Bron - Jelle de Vries: The Babi Question You Mentioned ... ; The Origins of the Bahá’í Community of the Netherlands, 1844-1962. - Leuven 2002

Hollandse helden & memorabele momenten

Een daad, hoe oneindig klein ook, die gezien wordt in de spiegel van de kennis van God is machtiger dan een berg.

Bahá’u’lláh

Bahai Geschiedenis Nederland

1851

In februari is het einde van het beleg van Zanján (mei - december 1850) aanleiding voor de eerste vermelding van ‘de sekte der bábís’ in Nederlandse dagbladen. Het jaar daarop zorgt een aanslag op het leven van de sjah voor nog meer bekendheid.

Lees: Eerste Nederlandse nieuwsberichten over bábís

Tinco Lycklama à Nijeholt

1873

Jonkheer Tinco Lycklama à Nijeholt uit Beesterzwaag in Friesland publiceert een uitvoerig verslag (in het Frans) van zijn vierjarige reis door het Midden-Oosten. Hij bespreekt daarin ook het ‘Babisme’ en baseert zich daarbij op het werk van de fransman Gobineau.

Johan en Bernard Collignon

1879

De Rotterdamse broers Johan en Bernard Collignon werken als handelsagent in Isfahan. Johan probeert tevergeefs de levens te redden van twee Perzische bahá’í handelsrelaties, de broers Siyyid Muhammad-Hasan en Siyyid Muhammad-Husayn.

Lees: Johan Collignon in Isfahan

1885

Onder het wakend oog van koloniale autoriteiten introduceren Jamál Effendi en Siyyid Mustafa Rumi het Bahá’í-geloof in Nederlands-Indië. Vooral de vorstin en prinsgemaal van het Leenvorstendom Boné op Celebes (nu Sulawesi) tonen grote interesse.

Lees: De koningin en prins van Boné

Frits Knobel

1890

De Amsterdammer Frits Knobel hoort van Collignon over bahá’í-vervolgingen bij Isfahan. Hij komt met succes voor hen op bij de Perzische overheid. Knobel is op dat moment Nederlands Consul-Generaal in Teheran.

Albert Hotz

1891

Tijdens een inspectie-reis langs de vestigingen van zijn Perzische Handelsvereniging maakt de Rotterdammer Albert Hotz in Shiraz een foto van bahá’ís.

Lees: Een bijzondere foto

Cornelis Prins

1891

De Schiedammer Cornelis Prins is er in Yazd getuige van hoe bahá’ís op last van de geestelijkheid worden geëxecuteerd. Hij voorziet de weduwen en wezen van geld en levensmiddelen. Zijn naastenliefde wordt genoemd door Bahá’u’lláh.

Lees: Cornelis Prins verleent hulp

Jan de Goeje

1893

Jan de Goeje, hoogleraar Arabisch en Oosterse talen aan de Leidse universiteit, publiceert een uitvoerig wetenschappelijk artikel over de ‘De Bâbîs’ in De Gids. Hij baseert zich grotendeels op het werk van zijn Britse collega Browne.

Henri Dunlop

1897

De Rotterdammer Henri Dunlop doneert zijn verzameling Bahá’í heilige teksten aan de Leidse Universiteits Bibliotheek. Hij was een paar jaar handelsagent van de firma Hotz in Shiraz en kende enkele familieleden van de Báb persoonlijk. 

Maurits Wagenvoort

1905 

De Amsterdamse journalist en schrijver Maurits Wagenvoort is in het voorjaar meerdere malen te gast bij bahá’ís in Teheran, Káshán en Abádih. Hij schrijft daarover in zijn journaal, kranten-feuilleton en boek Van Madrid naar Teheran (1907). Wagenvoort spreekt van ‘Behaïsme’ en ‘Behaï-godsdienst’.

Lees: Maurits Wagenvoort ontmoet bahá’ís

Henri van Ginkel

1907

Henri van Ginkel is oprichter van de Theosofische Uitgeversmaatschappij te Amsterdam. Tussen 1907 en 1920 zal hij meerdere artikelen en brochures over het ‘Bahaïsme’ uitgeven.

Bahai geschiedenis

1910

Gertrude Buikema, de in Chicago geboren dochter van Groningse immigranten, was in 1899 in haar geboorteplaats bahá’í geworden. Na terugkeer van een pelgrimsreis, richt zij samen met Albert Windust het eerste (maandelijkse) Bahá’í-tijdschrift op: Star of the West.

1911

De bekende arts en feminist Aletta Jacobs maakt een wereldreis om vrouwenrechten te promoten. In Caïro ontmoet zij bahá’ís. Zij doet daarvan verslag in De Telegraaf en in haar boek Reisbrieven uit Afrika en Azië.

Lees: Aletta Jacobs bij bahá’ís in Caïro

Daniel Jenkyn

1913

De Britse bahá’í Daniël Jenkyn bezoekt in een weekend in oktober zijn correspondentie-vrienden in Nederland, waaronder het echtpaar Enzlin in Blaricum, om met hen over het Bahá’í-geloof te spreken. Hij is de eerste bahá’í die naar Nederland komt.

Lees: Daniël Jenkyn bezoekt Nederland

George en Anna Enzlin

1913

Mede n.a.v. het bezoek van Jenkyn laten George en Anna Enzlin, eigenaars van een sportbeschuitfabriek annex lunchroom in Blaricum, op hun identiteitskaart in het bevolkingsregister de aanduiding ‘Theosofische Vereniging’ vervangen door ‘Baha’i Beweging’. Zij zijn de eerste Nederlanders die zich bahá’í noemen. Met hulp van zijn dorpsgenoot en mede-theosoof Henri van Ginkel, geeft George Enzlin de eerste Nederlandstalige brochure over de ‘Bahai Beweging’ uit.

Bekijk: De eerste Nederlandstalige Bahá’í-brochure

Anna Kerdijk

1917

Anna Kerdijk, een theosoof uit Amsterdam, vertaalt voor Van Ginkel het Amerikaanse boekje The Bahai Movement naar het Nederlands.

Ahmad Yazdání en Ibn-i-Asdaq

1920

Ahmad Yazdání en Ibn-i-Asdaq overhandigen in mei in Den Haag ‘Abdu’l-Baha’s Tafel van de Vrede aan het uitvoerend comité van de Centrale Organisatie voor een Duurzame Vrede. Aansluitend geeft Yazdání in het Esperanto diverse lezingen over het geloof. De dagbladen spreken van ‘Bahaïsme’.

Lees: Tafel van de Vrede

Julia Isbrücker

1920

De Haagse esperantist Julia Isbrücker is drie maanden de belangrijkste gids en tolk voor de twee bahá’í gedelegeerden die ‘Abdu’l-Bahá’s Tafel van de Vrede in Den Haag bezorgen.

Jacob Bruijn

1920

Jacob Bruijn oprichter van de Algemene Haagse Arbeiders-Esperantisten Club (man met baard voor de vrouw in de witte jurk) nodigt Ahmad Yazdání uit voor een spreekbeurt en spoort zijn mede-esperantisten elders in het land aan om deze samideano (geestverwant) ook in hun midden te ontvangen.

Truus en Lodewijk van Mierop

1920

Op het terrein van de Haarlemse Watertoren spreekt Ahmad Yazdání voor zo’n honderd leden van de Rein Leven Beweging. De oprichters daarvan, Truus en Lodewijk van Mierop, zijn daarbij ook aanwezig en doen verslag in hun blad Levenskracht.

Jo Goudsmit

1921

De Rotterdamse Jo Goudsmit was als een der eerste Nederlandse zionisten naar Palestina geëmigreerd. Zij werkt als correspondent voor de Nieuwe Rotterdamse Courant en interviewt ‘Abdu’l-Bahá in Haifa en Tiberias.

Lees: Jo Goudsmit ontmoet ‘Abdu’l-Bahá 

Käthe Braun (rechts) en Mimi Renwanz (links)

1923

Vanuit Duitsland vestigen zich enkele bahá’ís in Nederland. Käthe Braun (foto 1930 rechts) en Mimi Renwanz (links) gaan in Haarlem werken als dienstbode. Het echtpaar Epple verhuist naar Brummen (Gld).

Bahai Geschiedenis Suriname

1927

De New Yorker Leonora Holsapple, de eerste bahá’í die zich in Brazilië had gevestigd, maakt een lezingen-tour langs de oostkust van Zuid-Amerika. In de Loge Concordia in Paramaribo spreekt zij over de bahá’í-idealen. De kranten doen verslag.

Lees: Leonora Holsapple in Paramaribo

Louise Drake Wright

1932

Op direct verzoek van de Behoeder komt de Amerikaanse Louise Drake Wright naar Amsterdam om er de Bahá’í zaak te propageren. In 1933 en 1934 zal zij nogmaals enkele maanden in Den Haag verblijven. Zij bezorgt bahá’í boeken bij diverse bibliotheken en spreekt met meer dan 100 mensen over het geloof; maar de taal is een grote barrière.

Max en Inez Greeven

1933

Het in Bremen wonende Duits-Amerikaanse echtpaar Max en Inez Greeven publiceert in Rotterdam Dr. Esslemont's boek Bahá’u’lláh en het Nieuwe Tijdperk, een introductieboek over het geloof. Zij worden daarbij geholpen door hun Nederlandse vriend Jaap Liebau.

Lees: John Esslemont

Jaap Liebau

1933

De Rotterdammer Kapitein Jaap Liebau van de Holland-Amerika Lijn - hij had het Bahá’í-geloof in New York leren kennen - helpt bij de uitgave van Bahá’u’lláh en het Nieuwe Tijdperk en vertaalt de Verborgen Woorden (1935) en het Boek van Zekerheid (1937). Na de oorlog zal hij officieel lid worden van de Bahá’í-gemeenschap.

Welmoet Wijnaendts Francken-Dyserinck

1934

De feminist Welmoet Wijnaendts Francken - Dyserinck is een grote steun voor Louise Drake Wright. Naar aanleiding van een bezoek aan Chicago publiceert zij een artikel over ‘Wat is Baha’i?’ in het tijdschrift Wereldkroniek.

Bahai Geschiedenis Nederland

1937

Arnold van Ogtrop, danser bij het Kurt Jooss Ballet, wordt in Dartington Hall in Engeland (via Mark Tobey) bahá’í. Na de oorlog zal hij een belangrijke rol spelen in de opbouw van de Nederlandse Bahá’í-gemeenschap.

Jos en Magreet Tijssen

1937

Jos en Magreet Tijssen waren in 1921 tijdens de Bahá’í zomerschool in Esslingen bahá’í geworden. Als hun oudste zoon Rainer zich bij de Hitlerjugend moet aansluiten verhuizen zij van Birkazh (bij Stuttgart) naar Soest. 

Bleyswijk Sombeek (links), Edna True (midden) en Jetty Straub (rechts)

1946

De zussen Rita van Bleyswijk Sombeek (links) en Jetty Straub (rechts) zijn in de Verenigde Staten bahá’í geworden. Zij komen in oktober als eerste pioniers aan in Nederland en maken een nieuwe vertaling van Bahá’u’lláh en het Nieuwe Tijdperk. In het midden van de foto staat Edna True.

Charlotte Stirrat

1947

Charlotte Stirrat uit Texas komt als bahá’í-pionier naar Amsterdam. In brieven aan haar zus doet zij uitvoerig verslag.

Amsterdam

1948

In Amsterdam kan de eerste plaatselijke geestelijke raad worden geformeerd. Drie van haar leden hebben de Amerikaanse nationaliteit.

Bahai geschiedenis Nederland

1950

Jeanne Kranen had bahá’ís leren kennen in Teheran waar zij werkzaam was als gouvernante in het gezin van de Nederlandse ambassadeur. Terug in Den Haag verklaart zij zich bahá’í. In 1954 zal Kranen naar Cyprus verhuizen en daar een belangrijke rol spelen in de ontwikkeling van de lokale Bahá’í-gemeenschap.

Bahai geschiedenis Nederland

1951

De Amerikaanse bahá’í-pionier Eleanor Hollibaugh bezoekt een door Koningin Juliana georganiseerde Oude Loo conferentie en spreekt daar o.a. met de Amerikaanse (vroegere) first lady Eleanor Roosevelt over het geloof - die blijkt het al te kennen.

Den Haag

1952

In Den Haag wordt de tweede plaatselijke geestelijke raad gekozen. Twee van haar leden komen uit voormalig Nederlands-Indië.

Bahai Geschiedenis Nederland

1952

Het Amerikaanse European Teaching Committee organiseert, via een nieuw regionaal comité, in Brussel de eerste (jaarlijkse) Benelux Conferentie. De driedaagse conferentie is tweetalig. Hand-van-de-Zaak Zikrullah Khadem brengt een boodschap van de Behoeder en nieuws over Haifa en Perzië.

Bahai Geschiedenis Nederland

1952

In een streven om zijn bedrijf na de oorlog weer rendabel te maken durft Jonkheer Robert de Brauw, directeur van de N.V. Faïence- en Tegelfabriek Westraven te Utrecht, het aan om 12.000 daktegels met goudglazuur voor het Mausoleum van de Báb te ontwikkelen en te produceren. Ook de olijfgroene daktegels van het archiefgebouw (1956) zullen onder zijn leiding worden gemaakt.

Karel Bazuine

1952

Karel Bazuine jr., werkzaam bij de Faïence- en Tegelfabriek Westraven te Utrecht, ontwikkelt het procédé om de keramische daktegels voor het Mausoleum van de Báb in Haifa van een laag goudglazuur te voorzien.

Lees: Gouden daktegels uit Nederland

Bahai geschiedenis Nederland

1953

Elly en Lex Meerburg vestigen zich als eerste bahá’ís in Nederlands Nieuw-Guinea (nu Irian Jaya). Hun namen staan vermeld op de ‘Erelijst van Ridders van Bahá’u’lláh’ die in 1992 bij de toegangsdeur tot het graf van Bahá’u’lláh zal worden geplaatst.

Bahai geschiedenis Nederland

1953

Geertrui Ankersmit uit Nijmegen werd in 1951 in Brighton bahá’í. Zij gaat als eerste (thuisfront-pionier) naar Texel en opent daarmee het ‘maagdelijke territorium’ van de Waddeneilanden. Hiervoor wordt zij later tot ‘Ridder van Bahá’u’lláh’ benoemd. Ankersmit kan niet op haar post blijven. In 1955 verruilt zij Texel voor Luxemburg.

Bahai Geschiedenis Suriname

1953

De in Nederlands-Indië geboren psycholoog Robert Wolff (hij had het geloof leren kennen via Jetty Straub) vestigt zich, samen met zijn Amerikaanse echtgenoot Elinor Gregory, als eerste bahá’ís in Suriname. Beiden worden hiervoor benoemd tot ‘Ridder van Bahá’u’lláh’.

Bezoek: bahai.sr

Bahai Geschiedenis Nederland

1953

Het voormalige lid van de Nationale Geestelijke Raad van de Verenigde Staten de jurist Matthew W. Bullock vestigt zich op Curacao en wordt daarmee ‘Knight of Bahá’u’lláh’ voor de Nederlandse Antillen. In 1960 verhuist hij naar Jamaica.

Jakarta

1954

De Brabander Wim Grosfeld maakt als enige Nederlander deel uit van de eerste plaatselijke geestelijke raad van Jakarta (voormalig Batavia). Grosfeld had het Bahá’í-geloof in 1925 in Port Saïd leren kennen en daarna de Behoeder ontmoet in Haifa.

Amelia Collins

1955

Met financiële hulp van de Amerikaanse Amelia Collins wordt in Den Haag het pand voor het toekomstige Nationaal Bahá’í Centrum verkregen. Een jaar later vindt tijdens de vijfde Benelux Conferentie de officiële opening plaats.

Lees: Eerbetoon aan Shoghi Effendi

Bahai geschiedenis Benelux

1957

In het Bahá’í Centrum te Brussel kiezen 19 gedelegeerden uit België, Nederland en Luxemburg uit alle volwassen gelovigen de eerste ‘Regionale Raad van de Bahá’ís van de Benelux’. Deze raad zal in 1962 opgaan in drie nationale raden.

Leiden

1961

Mede met hulp van een dertigtal Iraanse pioniers is het mogelijk om negen plaatselijke geestelijke raden te kiezen, waaronder zeven nieuwe: Arnhem, Delft, Haarlem, Heemstede, Rotterdam, Utrecht en Leiden. Die laatste bestaat geheel uit Perzen (foto).

Bekijk: De eerste plaatselijke raden

Bahai Geschiedenis Nederland

1962

In het Nationaal Bahá’í-centrum te Den Haag kiezen negen gedelegeerden, één van iedere plaatselijke raad, tijdens de eerste Nationale Conventie de negen leden voor de eerste Nationale Geestelijke Raad.

Nederland

1962

De eerste Nationale Geestelijke Raad van de Bahá’ís van Nederland.

Bahai Geschiedenis Nederland

1963

De Nationale Geestelijke Raad (hier in Bahjí) reist in april naar Haifa voor de eerste Internationale Conventie ter verkiezing van het eerste Universele Huis van Gerechtigheid.

1964

Begin juli gaan zo'n dertig Nederlanders in een karavaan van privé auto's naar het dorp Langenhain nabij Frankfurt voor de opening van de ‘Moeder Tempel van Europa’. De 640 prefab gewapend-betonnen onderdelen waaruit het gebouw is opgebouwd werden in Nederland geproduceerd.

1967

Een groep bahá’í-jongeren, pioniers uit Perzië, renoveert de vergaderzaal van het Nationale Bahá’í Centrum. Een jaar later verhuist het nationale secretariaat van een privé-adres naar het Centrum. Daar komt ook een aparte ruimte voor de nationale Bahá’í-bibliotheek.

Bahai Geschiedenis Nederland

1967

100 jaar geleden schreef Bahá’u’lláh Zijn Brief aan de Koningen. Ter gelegenheid daarvan maken Belgische bahá’ís een reizende tentoonstelling in combinatie met een filmpresentatie en lezingen. Alleen al in Brussel trekt deze 2.500 bezoekers. Daarna gaat de tentoonstelling via Gent, Antwerpen en Charleroi naar Den Haag (Amicitia).

1968

De Nederlandse Televisie Stichting start met ‘Zienswijze’, een serie uitzendingen over geestelijke en maatschappelijke stromingen in Nederland. In de eerste uitzending (van een half uur) op donderdag 18 januari wordt o.a. het Bahá’í-geloof (voor het eerst op de Nederlandse televisie) behandeld.

Bahai Geschiedenis Nederland

1969

In augustus komen circa 300 jongeren  uit 18 landen in Ellecom op de Veluwe bijeen voor de eerste International Bahá’í Youth Summer School. De uit 29 leden bestaande muziekgroep The European Dawn-Breakers geeft haar eerste openbare optreden met een musical over het Geloof, getiteld: A Plea for One World. Het geheel krijgt veel media aandacht.

Bahai Geschiedenis Nederland

1970

In de periode 1968 tot 1974 kan men, door het hele land, op perrons van de Nederlandse Spoorwegen bahá’í-posters zien. In die zelfde periode is er in de voetgangerstunnel van het Centraal Station te Rotterdam een verlichte vitrinekast waarbij geïnteresseerden via een postbusnummer kunnen reageren.

1972

Met hulp van de Amerikaanse Bahá'í-gemeenschap wordt er in Benthuizen (nabij Den Haag) een stuk grond aangekocht, om daar in de toekomst een Huis van Aanbidding te bouwen.

Bahai Geschiedenis Nederland

1972

Nadat een Haagse bahá’i er maanden aan had gewerkt, komt de Nederlandse vertaling van Shoghi Effendi’s monumentale geschiedenis God Passes By als losbladig feuilleton beschikbaar. In 1983 zal het werk in boekvorm verschijnen.

Bahai Geschiedenis Nederland

1972

De Nederlandse leden van de European Dawn-Breakers gaan in november verder als de zanggroep Great Day. Dit keer geen musical, maar een flexibel liedjesprogramma ter ondersteuning van openbare lezingen. De groep zal tot 1975 optreden.

Baha'i Geschiedenis Nederland

1974

Via flyers en posters worden studenten uitgenodigd voor een serie gratis bahá’í-colleges in de aula van de Technische Universiteit te Delft. Elke lezing duurt circa een half-uur met daarna ruimte voor vragen en de mogelijkheid om in huiselijke kring (fireside) het onderwerp uit te diepen. De college’s zullen tot 1978 worden gegeven.

Baha'i Geschiedenis Suriname

1975

In het jaar dat Suriname onafhankelijk wordt, bezoekt Rúhíyyih Khánum samen met een filmploeg de binnenlanden. De reis is onderdeel van de zogenoemde Green Light Expedition. Een paar maanden later wordt het nationaal Bahá’í-centrum in Paramaribo aangeschaft voor de toekomstige Nationale Geestelijke Raad. De drie Guyana's hebben nu nog een regionale Bahá’í-raad met een zetel in Georgetown.

Bahai Geschiedenis Nederland

1979

Ter gelegenheid van het International Year of the Child wordt in september in Lelystad de eerste Nationale Bahá’í Kinderconferentie gehouden. Meer dan 100 kinderen zingen gebeden, maken muziek, schrijven een eigen krant, zijn creatief met klei, en laten na het eten van pannenkoeken helium-ballonnen los met de tekst: Love that Child!

1980

Het Europese Parlement neemt in september unaniem een resolutie aan waarin de vervolging van bahá’ís in Iran wordt veroordeeld. Hierdoor mede geïnspireerd formeert de Nationale Raad een werkgroep die in vier weken tijd 42 journalisten en redacteuren persoonlijk benadert, wat resulteert in meerdere kranten-artikelen (foto: onteigening Nationaal Bahá’í-centrum in Teheran, 1979).

Baha'i Geschiedenis Nederland

1982

Het Universele Huis van Gerechtigheid typeert de situatie in Iran als ‘een heerschappij van aanhoudende terreur’. Na een stille tocht door Den Haag overhandigt een groep van 150 bahá’ís in augustus op Het Binnenhof een petitie aan de Kamercommissie voor Buitenlandse Zaken. Zij vragen om binnen de VN actie te ondernemen ten gunste van de Iraanse bahá’ís.

Bahai Geschiedenis Nederland

1983

Bij de opening van de 38ste zitting van de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties, de hoogste intergouvernementele bijeenkomst ter wereld, verwijst de vertegenwoordiger van Nederland in zijn verklaring naar de ‘mishandeling en executie van leden van het Bahá’í-geloof’ in Iran. Het is de eerste keer dat een lidstaat van de VN in een plenaire vergadering van de Algemene Vergadering de naam van het geloof noemt.

Bahai Geschiedenis Nederland

1985

De Nederlandse Bahá'í-gemeenschap verwerft in Groesbeek (nabij Nijmegen) een voormalig katholiek internaat voor priesterstudenten. Kort na de aanschaf gaat het gebouw (uit 1929) door brandstichting gedeeltelijk verloren.

Bahai Geschiedenis Nederland De Poort

1986

In juni opent de burgemeester van Groesbeek conferentie-oord De Poort. Nadat het gebouw door vaklieden en vrijwilligers was gerenoveerd en gedeeltelijk herbouwd. Het gebouw biedt onderdak aan de jaarlijkse nationale conventie, de winter- en zomerscholen en conferenties.

Bahai Geschiedenis Nederland

1992

In januari maakt Hand-van-de-Zaak Rúhihiyyih Khanum een tussenstop in Amsterdam en ontmoet zij bahá'ís in het Okura Hotel.

Baha'i Geschiedenis Nederland

1995

De Nederlandse Bahá’í-gemeenschap registreert de domein-naam ‘bahai.nl’ en begint met de ontwikkeling van een eigen website. (foto: Screenshot van een Nederlandse TV-uitzending uit 1969)

Bezoek: bahai.nl

Bahai Geschiedenis Nederland

1997

Circa 700 Vlaamse en Nederlandse bahá'ís krijgen in Arnhem tijdens de officiële presentatie van de Nederlandse vertaling van het Heiligste Boek (Kitáb-i-Aqdas) een exemplaar daarvan in handen. Een team van zes vertalers heeft er vijf jaar aan gewerkt.

Bahai Geschiedenis Nederland

1998

Ter gelegenheid van het 100 jarig bestaan van de Nationale Vrouwen Raad wordt in november in de RAI te Amsterdam de Manifestatie Vrouw en Arbeid georganiseerd. Die omvat een congres met workshops, een symposium en een tentoonstelling. Ook de koningin brengt een bezoek aan de Bahá’í-stand. In 2002 zal het Bahá’í Vrouwenforum worden opgericht.

Bahai Geschiedenis Nederland

2001

Op uitnodiging van het Universele Huis van Gerechtigheid is een ‘dwarsdoorsnede van de van de gehele mensheid’, waaronder 19 door de Nationale Raad aangewezen bahá’ís uit Nederland, in mei aanwezig bij de officiële opening van de tuinterrassen rond het Mausoleum van de Báb. In Nederland viert men de gebeurtenis tijdens een bijeenkomst in Ede.

Baha'i Geschiedenis Nederland

2002

Aan de Theologische Faculteit van de Universiteit van Tilburg promoveert een Rotterdamse bahá’í en oogarts op een proefschrift over de geschiedenis van het Bahá’í-geloof: The Babi Question You Mentioned … The Origins of the Bahá’í Community of the Netherlands 1844 -1962.

Bahai Geschiedenis Nederland

2007

Een reserve exemplaar van de goud-geglazuurde daktegels van het Mausoleum van de Báb keert terug naar Nederland en wordt in een speciale vitrine tentoongesteld in het Dakpannen Museum te Alem (nabij Den Bosch).

Bahai Geschiedenis Nederland

2007

Bij zijn vertrek uit Teheran in 1905 had Maurits Wagenvoort van Hand-van-de-Zaak Ibn-i-Abhar een ‘afdruk van het zegel van Beha-Ullah’ gekregen. Het Nederlands Letterkundig Museum staat deze af aan de Nederlandse Bahá’í-gemeenschap.

Bahai Geschiedenis Nederland

2008

Bij 60 jaar Universele Verklaring van de Rechten van de Mens ondertekenen verschillende internationale religieuze groeperingen, in het Vredes Paleis, de verklaring: Faith in Human Rights. ‘Hoewel wij verschillende geloofstradities vertegenwoordigen, komen wij samen om te benadrukken dat religie een primaire bron van inspiratie is geweest voor mensenrechten.’ (foto: de Bahá’í-vertegenwoordiger in het licht blauw)

Bahai Geschiedenis Nederland

2009

Met het doel om de prestaties in gemeenschaps-opbouw te vieren en om plannen te maken voor de toekomst organiseert het Universele Huis van Gerechtigheid 41 regionale conferenties, waaronder ook een in Frankfurt. Onder de 4.600 deelnemers (het dubbele van het verwachte aantal) bevinden zich ook 350 Nederlanders.

Baha'i Geschiedenis Nederland

2009

De compilatie Dear Co-Worker wordt in De Poort gepresenteerd. Een werkgroep uit België, Nederland en Luxemburg was twee jaar lang in Brussel bijeengekomen om alle brieven van de Behoeder aan bahá’ís van de Benelux te verzamelen, te vertalen en te annoteren.

Baha'i Geschiedenis Nederland

2012

Zoals in België, Denemarken, Finland, Italië, Luxemburg, Noorwegen, Portugal, Spanje, Zweden en Zwitserland, wordt tijdens de nationale conventie in De Poort het vijftigjarig bestaan van de Nationale Raad gevierd (Illustratie: Dale Robinson, The Trusted Ones of God - Wilmette 1972).

Bahai Geschiedenis Nederland

2012

Arrestatie, oneerlijke procesgang, marteling, inbeslagname, discriminatie, uitsluiting van onderwijs, brandstichting, grafschennis … de mensenrechten van bahá’ís worden in Iran nog steeds op grove wijze geschonden. Via wereldwijde campagnes, zoals Closed Doors (2005); Education is Not a Crime (2015); en Enough! Release the Bahá’í Seven (2016), probeert men de situatie ten goede te keren. (foto: United4Iran reist met een billboard langs wereldsteden)

Bahai Geschiedenis Nederland

2012

De Heraut en Zijn Helden, een geïllustreerde bundel verhalen over het leven van de Báb en Zijn eerste volgelingen wordt gepubliceerd. Het is het derde jeugdboek van een Drentse bahá’í over de geschiedenis van het Bahá'í-geloof.

Bahai Geschiedenis Nederland

2013

Op verzoek van het Universele Huis van Gerechtigheid worden er wereldwijd 114 jongerenconferenties georganiseerd. ‘Voor elke generatie jonge gelovigen komt er een kans om een ​​bijdrage te leveren aan het lot van de mensheid, uniek voor de tijd waarin zij leven.’ De Nederlandse jongeren worden uitgenodigd voor de conferentie in Frankfurt.

Bahai Geschiedenis Nederland

2015

Op 20 maart (Naw-Rúz) wordt wereldwijd de door de Báb ingestelde badí-kalender aangenomen. In Nederland gebeurt dat tijdens een feestelijke nationale bijeenkomst in Dronten. De badí-kalender is een zonnekalender met 19 maanden van 19 dagen (en een aantal schrikkeldagen) die begint met de lente-equinox van het jaar voorafgaande aan de Verkondiging van de Báb (1844).

Bahai Geschiedenis Nederland

2015

Na digitalisering wordt het Nationaal Bahá’í Archief vanaf de zolder van het Bahá’í Centrum getransporteerd naar de veilige en beschermde omgeving van een professionele opslag.

Bahai Geschiedenis Nederland

2017

In het 200-ste geboortejaar van Bahá'u'lláh kan men voor het eerst via social media, live-streams en een speciale website de wereldwijde vieringen, ook die in Nederland, direct volgen.

Bekijk film: Light to the World

Bezoek: bicentenary.bahai.org

bahaigeschiedenis.nl

2018

In Rotterdam wordt een geschiedenis website gelanceerd. Voor het eerst heeft men altijd een Nederlandstalige geïllustreerde chronologie van de internationale en nationale Bahá’í-geschiedenis bij de hand (foto: Bahá’í-pioniers, met op de achtergrond de kade van de Holland Amerika Lijn waar zij in 1946 aankwamen).