De eerste openbare lezing van Yazdani

Bahá’í-brochures

Na op 27 mei het eerste deel van hun opdracht — de bezorging van ‘Abdu’l-Bahá’s brief aan de Centrale Organisatie voor een Duurzame Vrede — te hebben voltooid, verleggen Ahmad Yazdání en ‘Alí-Muhammad Ibn-i-Asdaq hun aandacht naar het bekendmaken van de Bahá’í-idealen in Nederland.
Op uitnodiging van theosofen gaat Yazdání op dinsdagavond 22 juni naar hun nieuwe Centrum in de De Ruyterstraat te Den Haag om er zijn eerste openbare lezing over het ‘Bahaïsme’ te geven. De bijeenkomst is in meerdere kranten aangekondigd met een advertentie.
De gevel van het Theosofisch Centrum oogt bescheiden: een onopvallend 19e eeuws herenhuis waarvan de ingang is verbreed. Maar eenmaal in de vestibule is alles modern en indrukwekkend. Door een vier meter brede en 40 meter lange gang, waarbij hij toiletkamers, een theekeuken, garderobes, en een bibliotheek passeert, bereikt Yazdání een ruim portaal dat toegang geeft tot een zaal die zich naar rechts uitstrekt. In de verte staat een katheder.
Terwijl de esperantist Jan Isbrücker klaar staat om te vertalen, begint Yazdání aan zijn voordracht. Er zijn die avond veel toehoorders en de locatie bevalt hem. Hij spreekt van een ‘waardig georganiseerde bijeenkomst’.
Na afloop zijn er voor belangstellenden folders en pamfletten over de ‘Bahá’í Beweging’ beschikbaar, waaronder in ieder geval drie in het Nederlands; alle drie uitgegeven door de N.V. Theosofische Uitgeversmaatschappij onder leiding van de Amsterdamse theosoof Henri van Ginkel.
Twee landelijke dagbladen, De Telegraaf en Het Vaderland, doen de volgende dag verslag van de avond. De Telegraaf (oorspronkelijke spelling):

— ‘GODSDIENSTIG LEVEN — HET BAKAÏSME [BAHAÏSME] — ’s-Gravenhage, 22 juni — Gisteravond sprak de Perzische heer Jasdani over het Bakaïsme. Het Bakaïsme is een nieuwe weg tot den waren vrede, in godsdienstige zin gesproken. De heer Jasdani, die in Esperanto, en in opdracht van een bejaarden hooggeplaatsten Pers, hier te lande vertoeft, om zich in verbinding te stellen met de organisatie voor duurzamen vrede, sprak, zeide o.m. het volgende:
Alles wat bestaat is opgebouwd uit de kleinste deeltjes van elementen. Zoolang deze elementen samenwerken en in harmonie zijn is er vrede. Bestaat er enige verwijdering tussen de kleinste deeltjes, dan is dit het begin van het einde, van den dood. Bestaat er harmonie, tusschen de delen van een volk, zoals bij het Hollandsche volk, dan is er vrede; komt er verwijdering, dan gaat dat volk ten gronde. Is er vrede tusschen de volken, dan is er geluk in de wereld. Thans is dit niet het geval. Een van de vele der oorzaken daarvan is de godsdienst, door zijn stichter bedoeld als een weg tot vriendschap en vrede. Thans echter zijn de godsdiensten bedorven, evenals zulks het geval is met de vaderlandsliefde. De vrede is niet te vinden in de natuur en in de materiële dingen, doch wij moeten dien zoeken in een hoogere wereld: de wereld der geesten of wel de goddelijke wereld.
Alle godsdiensten verwachten een verlosser, die ons den vrede zal geven. Zulk een verlosser is 60 jaar geleden in de wereld gekomen. Het was Bakala [Bahá’u’lláh]. Naar sprekers overtuiging is het Bakaïsme de ware godsdienst, die den vrede zal geven.
Wij moeten niet blindelings de priesters en voorgangers volgens — aldus spreker — maar zelf de waarheid zoeken. Daar er slechts een enkele waarheid is, kan een ieder deze waarheid vinden, hetzij hij Jood, Christen of Mohammedaan is. Alle menschen hebben gelijke rechten tegenover de natuur, tegenover God en tegenover de andere menschen. Dit zijn de twee beginselen van het Bakaïsme. Verder moet de godsdienst altijd in overeenstemming zijn met de wetenschap. De leringen van het Bakaïsme zijn alle in overeenstemming met de wetenschap. Verder leert het Bakaïsme, dat er gebroken moet worden met alle fanatisme, niet alleen in den godsdienst, maar ook in den handel, in de vaderlandsliefde enz. Het wezen van den godsdienst blijft door alle tijden heen hetzelfde: alleen de wetten er van veranderen. Hetzelfde is het geval met de vaderlandsliefde. De landgrenzen zijn door ons en niet door God geschapen. Tegenwoordig begrijpen wij, dat de gehele wereld één vaderland is. Zo moeten ook Franschen en Duitschers leren inzien, dat Frankrijk en Duitschland voor de geheele wereld zijn.
Een ander middel tot den vrede is de inrichting van een internationaal gerechtshof. Het Bakaïsme eischt ook de gelijkheid tusschen man en vrouw. Waren vrouwen als ministers in de regeeringen, dan zouden zij niet toestaan, dat de slachtingen onder de menschen plaats hebben. Zij, die zo lang de kinderen opvoeden, kennen beter de waarde van een menschenleven. Bakaula heeft verder gezegd, dat alle menschen behalve hun moedertaal, de universeele taal moeten kennen.
Een ander beginsel is dat van verplicht onderwijs voor allen; dit is zeer noodzakelijk voor den vrede. Verder de oplossing der economische vraagstukken en nog vele andere beginselen, te veel om op één avond te noemen en te behandelen.
De komst van Bakaula [Bahá’u’lláh] is in vele heilige boeken aangekondigd. Thans is het rijk van God in de wereld gekomen. De voorspellingen in het Evangelie omtrent het verduisteren der zon, het op de aarde vallen van de sterren, enz. moeten niet letterlijk, doch allegorisch worden opgevat, gelijk spreker nader uiteenzet. Zij betekenen dat er geen profeten zullen zijn.
De Perzische en Turksche regeering waren, evenals de priesters en het volk, sterk gekant tegen het Bakaïsme. In Perzië heeft men duizenden Bakaïsten [Bahá’ís], mannen en vrouwen, gedood en vermoord. Bakaula werd eerst verbannen en daarna gevangen gezet in Saint Jean d’Acre [Akko]. Hoewel hij geen enkel middel tot propaganda had, breidde zijn leer zich toch uit. Tegenwoordig zijn veel joden, christenen en heidenen tot het Bakaïsme bekeerd.
Op de woelige zee der wereld drijft een groot schip, dat allen tot zich trekt, die den vrede zoeken. Dat schip is het Bakaïsme. Het hangt, zei spreker, van u af of gij den weg naar het geluk zult vinden.
Spreker las ten slotte in het Perzisch eenige regels van Bakaula voor, in een soort recitatief, dat veel geleek op dat van een litanie. Nadat deze regels eerst in het Esperanto en daarna in het Nederlandsch waren vertaald, eindigde spreker zijn rede met de verzekering dat hij dag en nacht bereid is, om opheldering en inlichting te geven aan hen, die er om zullen vragen. Binnen enkele dagen zal er een Hollandsch geschrift over het Bakaïsme verschijnen.’ —

De Telegraaf, avondblad, woensdag 23 juni 1920

Binnenplaats Theosofisch Centrum

Grote zaal van het Theosofisch Centrum