Een selectie uit De Verborgen Woorden

De Verborgen Woorden

Dit is hetgeen uit het rijk van heerlijkheid is neergedaald, door de tong van kracht en macht is geuit en aan alle Profeten van ouds geopenbaard. Wij hebben het diepste wezen ervan genomen en in het gewaad van beknoptheid gehuld als een teken van genade voor de rechtvaardigen, opdat zij trouw blijven aan het Verbond Gods, in hun leven Zijn vertrouwen niet beschamen en in het rijk van de geest het kleinood van goddelijke deugd verwerven.

*

O ZOON VAN GEEST!
Het meest geliefde in Mijn ogen is rechtvaardigheid. Keer u niet van haar af indien gij Mij begeert, en veronachtzaam haar niet, zodat Ik u Mijn vertrouwen kan schenken. Met haar hulp zult gij met uw eigen ogen zien en niet door de ogen van anderen, uit eigen kennis weten en niet door de kennis van uw naaste. Overweeg in uw hart hoe het u betaamt te zijn. Waarlijk, rechtvaardigheid is Mijn gave aan u en het teken van Mijn goedertierenheid. Houd dit voor ogen.

O ZOON VAN HET BESTAAN!
Heb Mij lief, dat Ik u kan liefhebben. Indien gij Mij niet liefhebt, kan Mijn liefde u op generlei wijze bereiken. Weet dit, o dienaar.

O ZOON VAN GEEST!
Ik schiep u rijk, waarom maakt gij u arm? Edel vormde Ik u, waarom vernedert gij u? Uit het wezen van kennis gaf Ik u aanzijn, waarom zoekt gij verlichting bij iemand anders dan Mij? Uit de klei der liefde kneedde Ik u, waarom houdt gij u met een ander bezig? Richt uw blik op uzelf, opdat gij Mij bestendig in u vindt, krachtig, machtig en bij-zich-bestaand.

O ZOON VAN HET BESTAAN!
Houd u niet bezig met deze wereld, want met vuur toetsen Wij het goud en met goud toetsen Wij Onze dienaren.

O MENSENZOON!
Menige dag is verstreken, terwijl gij u bezighield met uw grillen en nutteloze verbeeldingen. Hoelang nog wilt gij op uw sponde sluimeren? Hef het hoofd op uit de sluimer, want de Zon is naar het zenit gestegen, dat ze ook u moge bestralen met het licht van schoonheid.

De Verborgen Woorden

Handschrift van Bahá'u'lláh
(rechts de Nederlandse vertaling)

O MENSENKINDEREN!
Weet gij niet waarom Wij u allen hebben geschapen uit hetzelfde stof? Opdat geen mens zich boven de ander zou verheffen. Overweegt te allen tijde in uw hart hoe gij werd geschapen. Daar Wij u allen hebben geschapen uit één en dezelfde stof, rust op u de plicht gelijk één ziel te zijn, met gelijke voeten te lopen, met gelijke mond te eten en in hetzelfde land te verwijlen, zodat uit uw diepste wezen, door uw daden en gedragingen, de tekenen van eenheid en de kern van onthechting kenbaar worden. Dit is Mijn raad aan u, o schare van licht! Volgt deze raad, dat gij de heilige vruchten van de boom van wondere glorie kunt plukken.

O GIJ ZONEN VAN GEEST!
Gij zijt Mijn schatkamer, want in u heb Ik de parelen van Mijn geheimenissen en de juwelen van Mijn kennis bewaard. Behoedt ze voor de vreemden onder Mijn dienaren en voor de goddelozen onder Mijn volk.

O ZOON VAN STOF!
De wijzen zijn zij die niet spreken, tenzij zij gehoor vinden, gelijk de schenker zijn beker niet aanbiedt aleer hij een dorstende vindt, en de minnaar niet uit het diepst van zijn hart roept tot hij de schoonheid van zijn geliefde aanschouwt. Zaai daarom het zaad van wijsheid en kennis in de zuivere grond van het hart en houd het verborgen, tot de hyacinten van goddelijke wijsheid opbloeien uit het hart en niet uit modder en leem.

O BROEDERS!
Weest verdraagzaam jegens elkaar en zet uw hart niet op wereldse dingen. Weest niet trots op uw roem en schaamt u niet over vernedering. Bij Mijn schoonheid! Uit stof heb Ik alle dingen geschapen en tot stof zal Ik ze doen wederkeren.

O KINDEREN VAN STOF!
Vertelt de rijken van het zuchten der armen in het diepst van de nacht, opdat achteloosheid hen niet voert tot het pad van ondergang en hen berooft van de Boom van Rijkdom. Vrijgevigheid en grootmoedigheid zijn Mijn eigenschappen; wel ga het hem die zich met Mijn deugden tooit.

O ONDERDRUKKERS OP AARDE!
Trekt uw handen af van tirannie, want Ik heb gezworen niemands onrecht te vergeven. Dit is Mijn verbond dat Ik onherroepelijk heb vastgelegd in de bewaarde tafel en met Mijn zegel van heerlijkheid heb bekrachtigd.

O GIJ UITGEWEKENEN!
De tong heb Ik bestemd om van Mij te gewagen, bezoedelt haar niet met laster. Als het vuur van eigenliefde u overmeestert, herinnert u dan uw eigen fouten en niet de fouten van Mijn schepselen, daar een ieder van u zichzelf beter kent dan hij anderen kent.

O MIJN DIENAAR!
Gij zijt gelijk een edel gesmeed zwaard, verborgen in het donker van zijn schede, de waarde ervan onzichtbaar voor de maker. Kom dus tevoorschijn uit de schede van zelfzucht en begeerte, dat uw waarde helder stralend voor de gehele wereld zichtbaar kan worden.

Bron - Bahá'u'lláh: De Verborgen Woorden — Den Haag 1994

Ga terug naar: Geschiedenis in vogelvlucht