Hendrik Hentzepeter

Hendrik Hentzepeter

Hendrik Hentzepeter (1830)

De wederkomst of terugkeer van Christus is vanouds een onderdeel van het Christelijk geloof en bijvoorbeeld sinds 1561 vastgelegd in de Nederlandse Geloofsbelijdenis. Een oude leerstelling dus, die echter aan het eind van de 18-de eeuw aan actualiteit wint als velen in het atheïsme, anti-klerikalisme en — niet te vergeten — het geweld van de Franse Revolutie (1789) en de daaropvolgende Napoleontische Oorlogen, de tekenen van de ‘Eindtijd’ menen te herkennen, en anderen daarop beginnen te attenderen.

Een mooi voorbeeld van zo’n ‘eindtijd-activist’ is de Nederlander Hendrik Hentzepeter. In 1819 schrijft deze dan 38-jarige kamerbediende zijn eerste brochure over het onderwerp. En drie jaar later volgt een tweede. De ontvangst is zuinigjes. De recensent van het literair culturele maandblad Vaderlandsche Letteroefeningen, bijvoorbeeld, prijst de auteur om diens ‘verstandig ernstige en gemoedelijke toon’, maar is niet overtuigd ‘dat ons de geschiedenis der volgende eeuwen verstaanbaar genoeg in de Openbaring van Johannes of elders is blootgelegd’.

Hentzepeter voelt zich een geroepene en schrijft nog zeker 16 andere brochures over het onderwerp. In zijn derde, De Nabijzijnde Ondergang der Tegenwoordige Wereld (1822), waagt hij zich voor het eerst (en het laatst) aan een datum. Op grond van het bijbelboek Daniël komt hij tot de conclusie dat in 1836 het Duizendjarig Rijk zal aanbreken. Overigens gaat het daarbij niet om het letterlijke einde van de planeet, ‘maar alleen [om] de ondergang van de thans bestaande orde van zaken, en wel voornamelijk, van het rijk der duisternis, hetwelk het monarchaal bestuur, zo als hetzelve thans bestaat, in zijn val zal medeslepen.’

Ondanks deze krasse uitspraak over de monarchie, wordt Hentzepeter in 1824 benoemd tot inwonend conciërge van de nieuwe huisvesting van het Koninklijk Kabinet van Schilderijen in het gerenoveerde Mauritshuis; zijn talenkennis — Hentzepeter was indertijd zijn werkgever naar Rio de Janeiro gevolgd en sprak inmiddels Duits, Frans, Engels en Portugees — maar ook zijn bekendheid met de omgangsvormen der elite wegen zwaarder.

Ook als de verwachte omwenteling uitblijft, houdt Hentzepeter de ‘hoop en zekere verwachting [dat hij] die zalige toekomst nog zal beleven’. Temeer daar er naast negatieve eindtijd-tekenen, als goddeloosheid en zedelijk verval, ook positieve ontwikkelingen zijn, waarvan de in Mattheüs genoemde wereldwijde verspreiding van het Evangelie wel de belangrijkste is.

In 1842 — Hentzepeter is inmiddels 61 en woont met zijn vrouw nog steeds in hetzelfde souterrain van het Mauritshuis waar hun drie dochters opgroeiden — wijst een Amerikaanse bezoeker van het museum hem op de snel groeiende beweging der ‘millerieten’ in Noord-Amerika. Deze adventisten blijken hun naam te ontlenen aan een zekere William Miller, een rondreizende prediker die beweert dat de Wederkomst van Christus ergens in 1843 of 1844 zal plaatsvinden.

Hetzepeter is blij verrast en stuurt deze verre geestverwanten een brief en twee van zijn publicaties. Als antwoord krijg hij een aantal exemplaren van hun tijdschrift The Midnight Cry (De Middernachtelijke Roep) toegestuurd. Samen met een van zijn eigen geschriften zendt hij het blad aan Koning Willem II — die hij via het Mauritshuis persoonlijk kent. Uit de begeleidende brief: — ‘Ook heb ik deswegens belangrijk nieuws, uit Amerika ontvangen, bestaande uit onderscheiden gedrukte weekbladen, waarvan ik Uwe majesteit hiervan een exemplaar zend. In Amerika wordt door een menigte vrienden van de Verlosser, Zijn komst in heerlijkheid, alsook de val en ondergang van het grote Babylon (Rome) als zeer nabijzijnde beschouwd, hetwelk sedert jaren ook mijn hoop en verlangen is geweest.’ —

Het is voor Hentzepeter en zijn ‘westerse’ geloofsgenoten vrijwel onmogelijk om op de hoogte te zijn van ontwikkelingen in het verre Perzië; daarvoor ontbreken eenvoudigweg de communicatiekanalen. En dus blijft ook in 1844 de Advent voor hen ‘als een dief in de nacht’. Eind 1845, slechts enkele maanden na het overlijden van Hentzepeter, verschijnt er in de Nederlandse pers voor het eerst een verwijzing naar de Báb.

Hendrik Hentzepeter

Mauritshuis, Den Haag 1825

Bronnen — Richard J. Evans: The Pursuit of Power, Europe 1815-1914 - UK 2016; Rie Hilje Kielman: In het laatste der dagen. Eindtijdverwachting in Nederland op de drempel van de moderne tijd (1790-1880) - Delft 2017.

Ga terug naar: Nederlandse geschiedenis