Georg Hardegg en zijn kolonie

Der Herr ist nahe - 1871

Vanaf 1869 ontstaat er bij Haifa aan de voet van de berg Carmel een nederzetting van Duitse immigranten. Leider van deze kolonie van zogenoemde 'Tempelbouwers' is Georg David Hardegg.

Hardegg wordt in 1812 geboren te Ludwigsburg in het vorstendom Württemberg. Na het gymnasium gaat hij in 1832 in Tübingen geneeskunde studeren. Althans dat is het plan, want nog datzelfde jaar wordt hij gevangengezet wegens betrokkenheid bij een republikeinse couppoging. Als hij in 1840 vrij komt is dat op voorwaarde dat hij uit Württemberg vertrekt. Hij gaat naar Zwitserland en trouwt daar.

Zijn geloof in een betere toekomst voor Duitsland blijft ongebroken, maar onder invloed van de theoloog Christoph Hoffmann komt hij tot het besef dat de noodzakelijke sociale hervormingen een godsdienstige grondslag moeten hebben. De mensheid, zo propageert Hoffmann, kan slechts worden gered als zij bereid is 'levende bouwstenen' te worden voor de 'Tempel' — de zuiver christelijke gemeente die in het Heilige Land de terugkeer van Christus zal bespoedigen. Hij verwijst daarbij naar de Openbaring van Johannes 11. In 1854 richten Hoffmann, Hardegg en hun 'Vrienden van Jeruzalem' (Freunden Jerusalems) een petitie tot de Duitse Bondsraad waarin deze wordt verzocht om namens hen bij de Ottomaanse Regering te vragen om akkergrond en bescherming in het Heilige Land. Als de petitie wordt afgewezen, besluit men om bij wijze van proef voorlopig de ideale gemeente, de Tempel, in Duitsland zèlf te vestigen. En zo verhuizen Hoffmann en Hardegg in 1856 met een deel van hun achterban naar Kirschenhardthof.

Ondertussen wordt geld ingezameld om Hoffmann, Hardegg en Joseph Bubeck, een gediplomeerde wijnboer, als 'verspieders' naar het Heilige Land te sturen om ter plekke de mogelijkheden tot vestiging te onderzoeken. In 1858 vertrekken de drie. Bij terugkomst, zes maanden later, rapporteren zij 'dat het land weliswaar goed is, maar dat men daar slechts als een georganiseerd volk, dat net als Israel zijn heiligdom en regering meebrengt, kan bestaan.'

Daarom, maar ook omdat Hoffman uit de Evangelische Staatskerk van Württemberg wordt gezet, besluiten de Vrienden van Jeruzalem in 1861 om zich te organiseren in een religieus genootschap onder de naam 'Duitse Tempel' (Deutscher Tempel). Het ledental groeit tot zo’n 3.000 'Tempelbouwers' (Templers). Als in 1866 de oorlog met Pruisen uitbreekt, menen de Tempelbouwers dat het einde van de wereld nabij is. Een aantal gezinnen pakt hun draagbare bezittingen bijeen en vlucht naar Palestina, maar ziekte en ontbering doen hen terugkeren.

Ondanks deze tegenslag blijft het geloof in het ideaal in stand en in 1868 wordt besloten om Hoffmann en Hardegg nogmaals, maar nu met hun gezinnen, als kwartiermakers vooruit te zenden. En zo komt het gezelschap op 30 oktober — slechts enkele maanden ná Bahá'u'lláh — vanuit Constantinopel aan op de rede van Haifa. Terwijl het gezin Hoffmann doorreist naar Jaffa, beginnen de Hardeggs met de aanschaf van grond voor de aanleg van een agrarische kolonie ten westen van de stad. Het is trouwens op aanraden van de Duitse consul in Beiroet dat voor Haifa wordt gekozen: er wonen daar al enkele oriëntaalse christenen, het klimaat is er relatief koel en in geval van nood kan er (maritieme) steun vanuit zee worden geboden. Een kolonie in Haifa zou een goed 'ontvangststation' voor toekomstige immigranten kunnen worden.

De pioniers worden geleidelijk aan gevolgd door enkele tientallen medestanders en in 1869 start in Haifa de bouw van zandstenen huizen met rode pannen daken, een tuin rondom, en gelegen aan een rechte 30 meter brede hoofdstraat met aan weerszijden bomen - kortom een voor die tijd en regio opvallende architectuur en plattegrond.

Vermoedelijk al snel na aankomst komt Hardegg in contact met bahá'ís. In de 'Zuid-Duitse Wachter' (Süddeutsche Warte), de krant van het genootschap, schrijft hij in 1871: 'In de stad Haifa wonen enkele Perzen, die de kost verdienen als metaal- en houtbewerkers. Zij vallen op door hun open en vriendelijke gezichten en hun Perzische kledij. Zij zijn leden van een Perzische sekte, waarvan de leider en leden, samen met vrouwen, kinderen en bedienden, tezamen zo’n 80 zielen door de Ottomaanse Regering worden vastgehouden, drie uur van hier. Er ontwikkelde zich een vriendschap tussen mij en deze Perzen in Haifa en ik kreeg, in de loop van onze gesprekken, de indruk dat deze mensen, ondanks alle eigenaardigheden van hun kennis, de waarheid zochten.' En hij vervolgt: 'Om beter geïnformeerd te zijn probeerde ik een onderhoud te verkrijgen met de leider, Bahá'u'lláh, wat vertaald kan worden met 'het Licht of de Verlichter van God'; zijn familienaam is Núrí; voormalige grootgrondbezitters in Perzië. Het onderhoud vond plaats op 2 juni [1871] in Akka met de zoon van Bahá'u'lláh, Abbas Effendi, een man van 27 jaar oud en een van de ontwikkelde inwoners van Akka, als tolk.' — Daarna beschrijft Hardegg voor zijn lezers in het kort de Bahá'í-geschiedenis en sluit hij af met 'de hoop en verwachting dat de Duitse Keizer als opvolger van Charlemagne en Frederick de Grote van Pruisen zijn invloed in het Oosten zal uitbreiden en doen gevoelen ten gunste van rechtvaardigheid en vrijheid van geweten'. Hardegg zal in de daaropvolgende jaren in contact blijven met Abbas Effendi en andere bahá'ís, en in 1872 zelfs een brief van Bahá'u'lláh (Lawh-i-Hirtík) ontvangen.

Onder Hardegg’s leiding ontwikkelt de kolonie in Haifa zich tot de grootste en welvarendste van de in totaal zeven die de Tempelbouwers in het Heilige Land zullen stichten. Men voorziet in het levensonderhoud door wijn-en akkerbouw, krijgt de beschikking over een stoom-aangedreven graanmolen en olijvenpers, bouwt een zeepfabriek, en beheert een apotheek, een school en koets-verbindingen naar Akka en Nazareth.

Maar mede door dit succes onttrekt Hardegg zich steeds meer aan Hoffmann’s (theologische) leiding en in 1874 komt het tot een breuk. Hardegg en zijn medestanders (ongeveer een derde van de kolonisten in Haifa) worden afgesneden van verdere financiële steun uit Duitsland en komen er alleen voor te staan. Hoewel hun vraag om hulp bij andere protestantse kerken, zoals de Britse Church Missionary Society in Nazareth, te vergeefs is, slagen zij er toch in om in Haifa te blijven wonen. Uiteindelijk zal Hardegg er in 1879 ook worden begraven onder het opschrift 'Vrees God en bewijs Hem eer' (Openbaring 14.7).

De Duitse kolonies dragen in de loop der jaren veel bij aan de ontwikkeling van het Heilige Land, maar in 1914 komt de terugslag: bij het uitbreken van de 'Grote Oorlog' gaan de 'vreedzame kruisvaarders' zich mengen in de politiek en treden zij in militaire dienst voor hun vaderland. Dat maakt hen voor de Britten tot een bedreiging. Naarmate Britse troepen vanuit Egypte verder in Palestina oprukken worden de zuidelijk gelegen kolonies door hen bezet en de bewoners ervan naar een interneringskamp nabij Cairo overgebracht. De kolonisten in Haifa blijft dit lot bespaard, omdat met de inname van Haifa (september 1918) de oorlog in Palestina in feite voorbij is.

In 1921 mogen de bannelingen weliswaar terugkeren en hun leven hervatten, maar in de aanloop tot de Tweede Wereldoorlog herhalen de gebeurtenissen zich: veel Tempelbouwers worden lid van de Nazi Partij en nemen dienst in de Wehrmacht, anderen worden door de Britten achter prikkeldraad opgesloten in hun eigen kolonies en later gedeporteerd naar Australië of met de nazi’s uitgeruild voor joden.

Na de oorlog is hun rol uitgespeeld. De Zionistische opstand tegen het Britse bestuur richt zich ook op de overgebleven Duitsers; er vallen doden. En in 1948 evacueren de Britten de Tempelbouwers naar een kamp op Cyprus. Zij die te oud of te zwak zijn - zo’n 25 personen — worden ondergebracht in een klooster te Jeruzalem, maar in 1950 moeten ook die op last van de nieuwe Israëlische regering het Heilige Land verlaten.

Georg Hardegg en zijn kolonie

De kolonie van de Duitse Tempelbouwers te Haifa - 1877

Georg Hardegg

Georg David Hardegg

Georg Hardegg

De Duitse kolonie gezien vanaf de Bahá'í-tuinen

Bronnen - G.D. Hardegg: Das Ewige Evangelium oder die Mittel zur Lösung der socialen Frage; Versuch eines Programms für die Freunde Jerisalems in Europa, Asien und Amerika — Stuttgart 1866; 'De Vreedzame Kruisvaarders' in: Het Nieuws van den Dag van 2 januari 1876; [In memoriam G.D. Hardegg] in: Algemeen Handelsblad van 31 juli 1879; Raffi Berg: The Templers; German settlers who left their mark on Palestine — BBC news 12 July 2013; Jakob Eisler: Die Württembergischen Templer in: Württembergische Kirchengeschichte.

Lees ook: Terugkeer naar het Heilige Land

Ga terug naar: Geschiedenis in vogelvlucht