Badi

Bahai Badi

De Wonderbaarlijke

In de woorden van Shoghi Effendi

Násiri'd-Dín Sháh, door Bahá'u'lláh gebrandmerkt als de "vorst der verdrukkers", als iemand die had "bedreven wat de inwoners der steden van gerechtigheid en rechtvaardigheid had doen weeklagen", was in de periode die nu wordt beschreven, in de volle bloei van zijn leven gekomen en had het toppunt van zijn despotische macht bereikt. Deze grillige monarch, als de enige arbiter over het wel en wee van een land dat "volledig was vastgeroest in de eeuwenoude tradities van het oosten"; omringd door "omkoopbare, geslepen en oneerlijke" ministers die hij naar zijn believen kon verheffen of vernederen; het hoofd van een bestuur waarin "ieder handelend optredend mens, vanuit verschillende gezichtspunten bezien, de omkoper en de omgekochte was", met als bondgenoot in zijn verzet tegen het Geloof een geestelijke orde die een ware "kerk-staat" vormde, en gesteund door een volk dat uitblonk in gruweldaden, berucht was om zijn fanatisme, kruiperigheid, hebzucht en corruptie - deze monarch die niet langer in staat was zelf de hand te slaan aan de persoon van Bahá'u'lláh, moest zich tevreden stellen met de taak te proberen in zijn eigen rijk de overblijfselen van een zeer gevreesde en opnieuw verrezen gemeenschap uit te roeien. […]

Áqá Buzurg uit Khurásán, de doorluchtige Badí (Wonderbaarlijke) […], was de zeventienjarige brenger van de Tafel, gericht tot Násiri'd-Dín Sháh; in hem was, zoals Bahá'u'lláh heeft bevestigd, "de geest van macht en kracht geblazen"; hij werd gearresteerd, drie dagen achtereen met gloeiend ijzer bewerkt; zijn hoofd werd met een geweerkolf tot moes geslagen, waarna zijn lijk in een put werd geworpen en met aarde en stenen overdekt. Nadat hij Bahá'u'lláh in het tweede jaar van Zijn opsluiting in de kazerne had opgezocht, had hij zich met verbazingwekkende gretigheid aangemeld om die Tafel, alleen en te voet, naar Teheran te brengen en aan de vorst ter hand te stellen. Na een tocht van vier maanden was hij in die stad aangekomen en na drie dagen vastend en wakend te hebben doorgebracht, was hij de Sjah tegemoet getreden toen deze met een jachtpartij op weg was naar Shimírán. Hij was Zijne Majesteit kalm en waardig genaderd en had luide uitgeroepen, "O Koning! Ik ben tot U gekomen uit Sheba met een belangrijke boodschap”, waarop men hem op last van de vorst de Tafel had afgenomen en deze aan de mujtahids [islamitische rechtsgeleerden] van Teheran had overhandigd, aan wie opdracht werd gegeven op dat epistel te antwoorden - een opdracht die zij omzeilden, en in plaats waarvan zij het advies gaven, dat de boodschapper ter dood gebracht moest worden. De Sjah zond de Tafel vervolgens door naar de Perzische ambassadeur in Constantinopel, in de hoop dat het na lezing de haat van de ministers van de Sultan verder zou aanwakkeren. Gedurende zeker drie jaar heeft Bahá'u'lláh in Zijn geschriften steeds weer de heldenmoed van die jongeling verheerlijkt en heeft in toespelingen die prachtige zelfopoffering gekenschetst als het "zout van Mijn Tafelen".

In de woorden van ‘Abdu’l-Bahá

De zin en de betekenis van de Tafel aan Násiri'd-Dín Sháh was in kort deze: "Nu de tijd is aangebroken voor de verschijning van de Heerlijkheid Gods, vraag ik u Mij toe te staan naar Teheran te komen om iedere vraag die de geestelijken Mij zouden willen stellen, te beantwoorden.
Ik spoor u met klem aan u los te maken van de wereldse pracht van uw rijk. Denk aan al de grote koningen, die vóór u hebben geleefd - hun glorie is vergaan!"
De brief was in bijzondere fraaie stijl geschreven. Hij bevatte nog meer waarschuwingen aan de koning en kondigde de toekomstige overwinning aan van het Koninkrijk van Bahá’u’lláh, zowel in het oosten als in het westen.
De Sháh schonk geen aandacht aan de waarschuwingen in deze brief en leefde op de oude voet verder tot het einde.

 

Bahai Badi

De Trots der Martelaren

Bronnen - Shoghi Effendi: God Schrijdt Voorbij — Den Haag 1983; 'Abdu'l-Bahá: De Toespraken van 'Abdu'l-Bahá in Parijs — Den Haag 1984

Ga terug naar: Geschiedenis in vogelvlucht