Brief aan de Paus

Brief aan de Paus

Paus Pius IX

In de periode dat Hij in de citadel van Akka gevangen wordt gehouden (1868-1870) richt Bahá’u’lláh Zich in een open brief tot de paus in Rome. Op dat moment behoort die titel toe aan Graaf Giovanni Maria Mastaï-Ferretti (1792-1878) die in 1846 onder de naam ‘Pius IX’ aan zijn taak was begonnen.

Pius IX is niet alleen de geestelijk leider van de Rooms-Katholieke Kerk, maar ook de wereldlijke machthebber van de zogenoemde ‘Pauselijke Staat’, een gebied in Midden-Italië bestaande uit de landstreken Romagna, Marche, Umbrië, en Lazio. Bij zijn aantreden geldt de nieuwe paus als een liberale hervormer; hij verleent amnestie aan politieke gevangenen, versoepelt de censuur-regels en benoemt commissies om het pauselijk bestuur, de wetten en het onderwijs te verbeteren. Zijn bijeenroepen van een consultatieve leken-vergadering is revolutionair en veroorzaakt een schokgolf door de andere Italiaanse staten. Toch gaan deze liberale hervormingen volgens velen niet ver genoeg. En in 1848 wordt Pius IX gedwongen om naar Napels te vluchten, terwijl revolutionairen de Pauselijke Staat tot ‘Romeinse Republiek’ uitroepen. De nieuw gekozen president van Frankrijk, de latere Keizer Napoleon III, schiet de paus echter te hulp en een Frans expeditieleger weet in juni 1849 de Pauselijke Staat te herstellen. Vanaf dat moment is Pius IX echter niet langer de liberale hervormer. Integendeel. Hij voert de Inquisitie weer in, dwingt de joden terug in hun oude ghetto en weigert amnestie te verlenen aan de ambtenaren van de voormalige Romeinse Republiek.

Omdat de druk van Italiaanse nationalisten en liberale hervormers op de Pauselijke Staat eerder groeit dan afneemt, vaardigt Pius IX eind 1860 een dekreet uit betreffende de reorganisatie van zijn leger. De katholieke krant De Tijd bericht daarover (op 6 dec. 1860) ‘dat met het dubbel oogmerk om zich tegen de revolutie te verdedigen en te protesteren tegen de overweldiging zijner Staten de Paus bevolen heeft dat een kern zou worden gevormd, om welke zich de vrijwilligers zullen scharen, die de Katholieke natiën zenden mochten.’ In dit nieuwe ‘Regiment der Pauselijke Zouaven’ zullen in de daaropvolgende tien jaar ook ruim 3.000 vrijgezelle katholieke jongemannen uit Nederland voor enige tijd dienst doen. Dat deze versterking van het leger geen overbodige maatregel is, blijkt het jaar daarop als Koning Vittorio Emanuelle II van Sardinië zichzelf tot koning van een verenigd Italië uitroept.

Pius IX houdt vast aan zijn onafhankelijke en conservatieve koers en vaardigt in 1864 de encycliek Quanta Cura (Met Hoeveel Zorg) uit. Daarin veroordeelt hij onder meer de vrijheid van meningsuiting en de godsdienstvrijheid. Samen met deze encycliek wordt ook de Syllabus Errorum (Lijst der Dwalingen) uitgebracht, een opsomming van – in de ogen van de Rooms-Katholieke Kerk – tachtig dwalingen, waaronder die van het openbaar-neutraal onderwijs. In Nederland leidt dat tot de oprichting van de eerste katholieke scholen.

Op 18 juli 1870 wordt in een openbare zitting van het door de paus bijeengeroepen Eerste Vaticaanse Concilie diens positie verder versterkt door de afkondiging van de ‘Pauselijke Onfeilbaarheid’. De Tijd bericht (op maandag 25 juli): ‘Ten 10 en half uren had de plechtige afkondiging plaats, in de volheid des lichts en van de vrede, terwijl boven de St. Pieter zware onweerswolken zich hadden samengepakt en het geratel van de donder en de bliksemschichten deden denken aan de berg Sinaï. […] Toen na deze stemming, de Paus zich verhief, om de door het Concilie goedgekeurde waarheid af te kondigen; maakte zich een onbeschrijfelijke ontroering van de vergadering meester. De bisschoppen hadden de ogen vol vreugdetranen en begroetten na de afkondiging, Pius IX met langdurig gejuich, dat door het volk herhaald de ruimen en helderklinkende gewelven van de reuzen-basiliek deed dreunen en trillen. “Leve de Paus, leve de onfeilbare Paus!” zo riepen duizenden stemmen.’

Pius IX lijkt op het toppunt van zijn macht, maar slechts enkele weken later keert het tij. De Frans-Pruisische oorlog breekt uit en de in Italië gestationeerde Franse troepen worden teruggetrokken. Als op 2 september Napoleon III door Bismarck wordt verslagen, grijpt Vittorio Emanuelle II zijn kans. De pauselijke zouaven, die er nu alleen voor staan, blijken geen partij voor zijn Italiaanse leger. Na een kort beleg geeft Rome zich op 20 september over en trekt Pius IX zich terug binnen de muren van ‘Petrus Erf’. De mannen van het pauselijke vrijwilligerslegioen krijgen vrije aftocht en vertrekken naar huis.

Hoewel het Italiaanse Parlement vervolgens een wet aanneemt die de paus erkent als staatshoofd van het Vaticaan en hem voorziet van een genereuze jaarlijkse toelage, slaat Pius IX dit aanbod af en antwoordt hij met een excommunicatie van alle katholieken die deelnemen aan de Italiaanse politiek. Hij beschrijft zichzelf als ‘de gevangene in het Vaticaan’ en verlaat de stad pas bij zijn dood in 1878. Hij is dan (met 31 jaar) de langst regerende paus ooit.

Brief aan de Paus

Nederlandse Zouaven rond een beeld van Paus Pius IX

Brief aan de Paus

Het Eerste Vaticaanse Concilie,  1869 - 1870

Brief aan de Paus

Pauselijke troepen op het plein voor de St. Pieter, april 1870

Baha'u'llah's Tafel aan de Paus

(Ongeautoriseerde vertaling)

1 — O Paus! Scheur de sluiers vaneen. Hij die de Heer der Heren is, is gekomen overschaduwd door wolken, en het bevel werd vervuld door God, de Almachtige, de Onbeperkte. Verdrijf de nevelen door de kracht van uw Heer, en stijg op naar het Koninkrijk van Zijn namen en attributen. Aldus heeft de Pen van de Allerhoogste u geboden op bevel van uw Heer, de Almachtige, de Alwetende. Hij is waarlijk opnieuw uit de hemel neergedaald, gelijk Hij daaruit de eerste keer neerdaalde. Pas op dat u niet met Hem in discussie gaat, gelijk de Farizeeën met Hem twistten zonder een duidelijk teken of bewijs. Aan Zijn rechterhand stromen de levende wateren van genade, en aan Zijn linkerhand de uitgelezen Wijn van gerechtigheid, terwijl vóór Hem de engelen van het Paradijs marcheren, de banieren van Zijn tekenen dragend. Pas op dat niet louter een naam u van God afhoudt, de Schepper van hemel en aarde. Laat de wereld achter u en keer u naar uw Heer, door Wie de hele aarde werd verlicht.

2 — Wij hebben het Koninkrijk versierd met het sieraad van Onze naam, de Al-glorierijke. Aldus werd verordend door God, de Maker van alle dingen. Let op dat uw ijdele inbeeldingen u niet weerhouden, wanneer de Zon van Zekerheid eenmaal heeft geschenen boven de horizon van de Woorden van uw Heer, de Machtige, de Barmhartige. Verblijft u in paleizen terwijl Hij Die de Koning van Openbaring is, in het meest armzalige onderkomen leeft? Laat die aan hen die ze begeren, en richt uw aangezicht met vreugde en verrukking naar het Koninkrijk.

3 — Zeg: O volkeren der aarde! Vernietig de verblijfplaatsen van nalatigheid met de handen van kracht en zekerheid, en bouw in uw hart de huizen van ware kennis, zodat de Al-barmhartige de uitstraling van Zijn licht op hen moge laten schijnen. Dit is beter voor u dan al waarop de zon schijnt, en hiervan getuigt Hij die het ultieme gebod in Zijn hand houdt. De bries van God voer over de wereld bij de komst van de Begeerde in Zijn grote glorie, waarop elke steen en aardkluit heeft geroepen: ‘De Beloofde is gekomen! Het koninkrijk is van God, de Machtige, de Genadige, de Vergevensgezinde.’

4 — Pas op dat menselijke geleerdheid u niet afhoudt van Hem Die het Hoogste Voorwerp van alle kennis is, of dat de wereld u niet afschrikt van Hem Die haar heeft geschapen en in gang gezet. Sta op in naam van uw Heer, de God van Genade, temidden van de volkeren der aarde, en grijp de Beker van Leven met de beide handen van vertrouwen. Drink er eerst uit en geef haar dan aan hen die zich erheen wenden onder de mensen van alle religies. Aldus is de Maan van Woorden verrezen boven de horizon van wijsheid en begrip.

5 — Scheur de sluiers van menselijk geleerdheid uiteen, opdat zij u niet weerhouden van Hem Die Mijn Naam is, de Bij-Zichzelf-Bestaande. Roep Hèm in herinnering Die de Geest was, tegen Wie, toen Hij kwam, de geleerdsten van Zijn tijd in Zijn eigen land een oordeel uitspraken, terwijl hij die slechts een visser was in Hem geloofde. Let op, u mannen met een begrijpend hart! U bent waarlijk een van de zonnen aan de hemel van Zijn namen. Neem uzelf in acht, opdat de duisternis haar sluiers niet over u uitspreidt en u voor Zijn licht verbergt. Overdenk daarom hetgeen door uw Heer, de Almachtige, de Al-milddadige in het Boek werd neergezonden.

6 — Zeg: Leg uw pennen neer, O schare van godgeleerden, want zie, de schelle stem van de Pen van Glorie heeft weerklonken tussen hemel en aarde. Werp al wat u bezit weg en grijp u vast aan wat Wij u hebben geopenbaard met macht en autoriteit. Het Uur dat verborgen was binnen de kennis van God heeft geslagen, daarop hebben alle atomen van de aarde verkondigd: ‘De Aloude der Dagen is gekomen in Zijn grote glorie! Spoed u tot Hem, o volkeren der aarde, met een nederig en berouwvol hart.’ Zeg: Wij hebben ons, in waarheid, als losprijs gegeven voor uw leven. Helaas, toen Wij terugkwamen, zagen Wij hoe u van Ons wegvluchtte, daarop weende het oog van Mijn liefderijke goedheid over Mijn volk. Vrees God, o u die waarneemt.

7 — Beschouw hen die tegen de Zoon waren, toen Hij met soevereiniteit en kracht tot hen kwam. Hoe talrijk waren de Farizeeën die wachtten om Hem te aanschouwen en die klaagden over hun scheiding van Hem! En toch, toen de zoete geur van Zijn komst over hen voer en Zijn schoonheid was onthuld, keerden zij zich van Hem af en twistten zij met Hem. Aldus delen Wij u mee wat er in de Boeken en Geschriften is opgetekend. Niemand behalve een enkeling, die verstoken was van enig aanzien onder de mensen, keerde zich naar Zijn gelaat. En toch beroemt ieder mens dat begiftigd is met macht en bekleed met soevereiniteit zich vandaag op Zijn Naam! Overweeg evenzo hoe talrijk, in deze dagen, de monniken zijn die zich in Mijn Naam hebben afgezonderd in hun kerken, en die, toen de bestemde tijd was vervuld, en Wij onze schoonheid onthulden, Ons niet kenden, hoewel zij Mij in de avond en de ochtend aanroepen. Wij aanschouwen hoe zij zich vastklampen aan Mijn naam, en toch gesluierd zijn voor Mijn Zelf. Dit is waarlijk een vreemde zaak.

8 — Zeg: Let op, dat uw gebeden u niet afhouden van Hem Die het voorwerp is van alle toewijding, of dat uw aanbidding u weerhoudt van Hem Die het voorwerp is van alle aanbidding. Scheur de sluiers van uw ijdele fantasieën uiteen! Dit is uw Heer, de Almachtige, de Alwetende, Die gekomen is om de wereld op te wekken en allen die op aarde wonen te verenigen. Keer u tot de Dageraad van Openbaring, o mensen, en draal niet, zelfs niet voor een ogenblik. Leest u het Evangelie en weigert u toch de Al-glorierijke Heer te erkennen? Dit betaamt u werkelijk niet, o schare van geleerde mannen!

9 — Zeg: Als u deze Openbaring verwerpt, door welk bewijs hebt u dan in God geloofd? Toon het. Aldus werd de oproep van God neergezonden door de Pen van de Allerhoogste op bevel van uw Heer, de Meest Glorierijke, in deze Tafel aan wiens horizon de pracht van Zijn Licht heeft geschenen. Hoe talrijk zijn Mijn dienaren wier daden tot sluiers zijn geworden tussen hen en hun eigen ik, en die daardoor werden weerhouden om God te naderen, Hij die de wind doet waaien.

10 — O schare van monniken! De geuren van de Al-barmhartige voeren over de gehele schepping. Gelukkig de man die zijn verlangens heeft opgegeven en zich vastklampt aan leiding. Hij behoort inderdaad tot hen die de tegenwoordigheid van God hebben bereikt in deze Dag, een Dag waarop beroering de bewoners van de aarde heeft aangegrepen en met ontzetting vervuld, met uitzondering van hen die werden vrijgesteld door God, Hij die het hoofd van de mens doet buigen.

11 — Versiert gij uw lichaam terwijl het kleed van God is bezoedeld met het bloed van haat door de mensen van ontkenning? Kom uit uw verblijven en nodig de mensen uit om het Koninkrijk van God binnen te gaan, de Heer van de Dag des Oordeels. Het Woord dat de Zoon verborg, werd geopenbaard. Het werd in deze dag neergezonden in de vorm van de menselijke tempel. Gezegend is de Heer Die de Vader is! Hij is waarlijk in Zijn grootste majesteit tot de volkeren gekomen. Keer uw gezicht naar Hem, o schare der rechtvaardigen!

12 — O volgelingen van alle religies! Wij zien u radeloos dolen in de wildernis van dwaling. U bent de vissen van deze Oceaan; waarom onthoudt u zich van dat wat u in leven houdt? Zie, hoe zij voor uw ogen aanzwelt. Haast u naar haar vanuit alle windstreken. Dit is de dag waarop de Rots [Petrus] zijn stem verheft, roept en de lof viert van zijn Heer, de Al-bezittende, de Allerhoogste, zeggende: ‘Zie! De Vader is gekomen, en hetgeen u in het Koninkrijk werd beloofd, is vervuld!’ Dit is het Woord dat achter de sluiers van grootsheid werd bewaard, en dat, toen de Belofte werd vervuld, zijn glans met duidelijke tekenen deed stralen aan de horizon van de Goddelijke Wil.

13 — Mijn lichaam heeft gevangenschap verdragen, opdat uw ziel kan worden bevrijdt uit slavernij, en Wij hebben toegestaan om te worden vernederd opdat u kan worden verheven. Volg de Heer van glorie en heerschappij, en niet elke goddeloze onderdrukker. Mijn lichaam verlangt naar het kruis en mijn hoofd wacht op de stoot van de speer, op het pad van de Al-barmhartige, opdat de wereld kan worden gezuiverd van haar overtredingen. Aldus heeft de Dagster van goddelijk gezag gestraald boven de horizon van de Openbaring van Hem Die de Bezitter is van alle namen en attributen.

14 — Het volk van de Qur’án is tegen Ons opgestaan, en pijnigde Ons met een zodanige kwelling dat de Heilige Geest weeklaagde en de donder het uitbrulde, en de wolken over Ons weenden. Onder de ongelovigen is hij die zich heeft ingebeeld dat rampspoed Bahá ervan kan weerhouden om te vervullen wat God, de Schepper van alle dingen, heeft beoogd. Zeg: Nee, bij Hem Die de regen doet vallen! Werkelijk niets kan Hem weerhouden van het gedenken van Zijn Heer.

15 — Bij de gerechtigheid Gods! Zouden zij Hem in een vuur werpen dat ontstoken werd op het continent, dan zal Hij zeker Zijn hoofd oprichten in het midden van de oceaan en verkondigen: ‘Hij is de Heer van allen die in de hemel en op aarde zijn!’ En als zij Hem in een donkere put werpen, zullen zij zien hoe hij gezeten op de verhevenste hoogten der aarde de hele mensheid toeroept: ‘Zie, het Verlangen van de Wereld is gekomen in Zijn majesteit, Zijn soevereiniteit, Zijn transcendente heerschappij!’ En als Hij wordt begraven in de diepten der aarde, zal Zijn Geest opwiekend naar de top van de hemel de oproep doen schallen: ‘Zie de komst van de Glorie; wees getuige van het Koninkrijk van God, de Allerheiligste, de Barmhartige, de Almachtige!’ En als zij Zijn bloed vergieten, zal elke druppel daarvan zijn stem verheffen en God aanroepen in de Naam door welke de geur van Zijn kleed in alle richtingen werd verspreid.

16 — Hoewel bedreigd door de zwaarden van Onze vijanden, roepen Wij de gehele mensheid op tot God, de Maker van hemel en aarde, en Wij verlenen Hem zulke hulp dat die niet door de legers van tirannie, noch door de overmacht der onrechtvaardigen kan worden tenietgedaan. Zeg: O volkeren der aarde! Verbrijzel de afgoden van uw ijdele inbeeldingen uit naam van uw Heer, de Almachtige, de Alwetende, en wendt u in deze Dag tot Hem die God tot de Koning der dagen heeft gemaakt.

17 — O hoogste Paus! Neig uw oor naar dat wat de Maker van kwijnende gebeenten u aanraadt, zoals verwoord door Hem, die Zijn Grootste Naam is. Verkoop alle overdadige versieringen die u bezit en besteedt die op het pad van God, Die ervoor zorgt dat de nacht volgt op de dag, en de dag volgt op de nacht. Laat uw koninkrijk aan de koningen, en kom tevoorschijn uit uw verblijf, met uw gelaat gekeerd naar het Koninkrijk, en verkondig dan, onthecht aan de wereld, tussen hemel en aarde de lof van uw Heer. Aldus beval Hij Die de Bezitter van Namen is, namens uw Heer, de Almachtige, de Alwetende. Vermaan de koningen en zeg: ‘Behandel de mensen rechtvaardig. Pas op dat u de grenzen die in het Boek zijn vastgelegd niet overtreedt.’ Dit waarlijk betaamt u. Pas op, dat u zich de dingen van de wereld en de rijkdommen daarvan niet toegeëigend. Laat die aan hen die ze begeren en hou vast aan dat wat u is opgedragen door Hem Die de Heer van de schepping is. Mocht iemand u alle schatten van de aarde aanbieden, weiger dan om daar zelfs maar naar te kijken. Wees zoals uw Heer was. Aldus heeft de Tong van Openbaring dát gesproken wat God tot versiering van het boek der schepping heeft gemaakt.

18 — Beschouw een parel die glanst van nature. Als zij gehuld gaat in zijde zullen haar luister en schoonheid verborgen zijn. Evenzo ligt de eer van de mens in de voortreffelijkheid van zijn gedrag en in het nastreven van dat wat zijn rang betaamd, niet in kinderspel en vermaak. Weet dat uw ware schoonheid te vinden is in de liefde van God en in uw onthechting van alles buiten Hem; niet in de luxe die u bezit. Laat die aan hen die deze zoeken en keer u tot God, Hij Die de rivieren laat stromen.

19 — Al wat de tong van de Zoon sprak, werd geopenbaard in gelijkenissen, terwijl Hij Die op deze Dag de Waarheid verkondigt dat zonder hen doet. Pas op dat u zich niet vastklampt aan het koord van ijdele inbeelding en uzelf afhoudt van dat wat is verordend in het Koninkrijk van God, de Almachtige, de Al-milddadige. Mocht de bedwelming van de wijn van Mijn verzen u aangrijpen, en u doen besluiten om uzelf voor de troon van uw Heer, de Schepper van hemel en aarde, te presenteren, maak Mijn liefde dan uw kleed, het Mij gedenken uw schild, en vertrouwen op God, de Onthuller van alle macht, uw voorzorg.

20 — O volgelingen van de Zoon! Wij hebben andermaal Johannes [de Doper] tot u gezonden en Hij heeft waarlijk in de woestijn van de Bayán geroepen: ‘O volkeren van de wereld! Wrijf uw ogen uit! De Dag waarop u de Beloofde kunt aanschouwen en Hem kunt bereiken is nabij gekomen! O volgelingen van het Evangelie! Baan de weg! De Dag van de komst van de Glorieuze Heer is op handen! Maak u klaar om het Koninkrijk binnen te gaan. Aldus werd door God bepaald, Hij die de dageraad doet aanbreken.’

21 — Luister naar wat de Duif van Eeuwigheid koert op de twijgen van de Goddelijke Lotusboom: O volgelingen van de Zoon! We hebben Hèm gezonden die Johannes werd genoemd om u met water te dopen, opdat uw lichaam moge worden gereinigd voor de verschijning van de Messias. Hij op Zijn beurt zuiverde u met het vuur van liefde en het water van de geest in afwachting van de dagen waarop de Al-barmhartige besloot u te reinigen met het water des levens uit handen van Zijn liefhebbende voorzienigheid. Dit is die Weergaloze die door Jesaja werd voorspeld, en de Trooster over Wie de Geest met u een afspraak had gemaakt. Open uw ogen, o schare van bisschoppen, opdat u uw Heer moge zien zitten op de Troon van macht en glorie.

22 — Zeg: O volkeren van alle geloven! Volg niet in de voetsporen van hen die de Farizeeën volgden en zich zo versluierden voor de Geest. Zij zijn werkelijk afgedwaald en begingen een fout. De Aloude Schoonheid is gekomen in Zijn Grootste Naam en Hij wenst de gehele mensheid toe te laten in Zijn allerheiligste Koninkrijk. De zuiveren van hart zien het Koninkrijk van God zich voor Zijn aangezicht manifesteren. Haast u daarheen en volg niet de ongelovige en de goddeloze. Mocht uw oog daar tegen zijn, ruk het dan uit. Aldus werd verordend door de Pen van de Aloude der Dagen, zoals bevolen door Hem Die de Heer is van de hele schepping. Hij is waarlijk opnieuw gekomen, opdat u kan worden verlost, o volkeren der aarde. Wilt u Hèm doden Die ernaar verlangt u het eeuwige leven te schenken? Vrees God, o u die met inzicht bent begiftigd.

23 — O mensen! Luister naar hetgeen geopenbaard werd door uw Al-glorierijke Heer en wendt u tot God, de Heer van deze wereld en de wereld die komen zal. Aldus gebiedt u Hij die de Dageraadplaats is van de Dagster van goddelijke inspiratie, zoals bevolen door de Maker van de gehele mensheid. Wij hebben u waarlijk voor het licht geschapen en willen u niet aan het vuur prijsgeven. Treed uit de duisternis naar voren, o volk, door de genade van deze zon die boven de horizon van goddelijke voorzienigheid heeft geschenen, en keer u daarnaar met een geheiligd hart, een zekere ziel, ziende ogen en een stralend gelaat. Aldus raadt de Allerhoogste Vertegenwoordiger u aan vanuit de plek van Zijn alles-overstijgende heerlijkheid, opdat Zijn oproep u wellicht tot het Koninkrijk van Zijn namen zal doen naderen.

24 — Gezegend hij die trouw bleef aan het Verbond van God, en wee hem die het heeft verbroken en Hem, de Kenner van geheimen, verwierp. Zeg: Dit is de Dag van Milddadigheid! Haast u opdat ik u tot vorsten kan maken in de landen van Mijn Koninkrijk. Als u Mij volgt, zult u aanschouwen wat u werd beloofd, en zal Ik u voor immer tot Mijn metgezellen maken in het domein van Mijn Majesteit en tot de vertrouwelingen van Mijn schoonheid in de hemel van Mijn macht. Indien u tegen Mij opstaat, zal Ik dat in Mijn goedertierenheid geduldig dragen, opdat u wellicht zult ontwaken en opstaan van de sponde van onachtzaamheid. Aldus heeft Mijn genade u omvat. Vrees God en volg niet in het voetspoor van hen die zich van Zijn aangezicht hebben afgewend, hoewel zij dag en nacht Zijn naam aanroepen.

25 — Voorwaar, de Dag der Vergadering is aangebroken, en alle dingen zijn van elkaar onderscheiden. Hij heeft dat wat Hij verkoos opgeslagen in de vaten van gerechtigheid, en in het vuur geworpen wat daar hoort. Aldus werd op deze beloofde Dag bevolen door uw Heer, de Machtige, de Liefhebbende. Hij, waarlijk, verordineert wat Hij wil. Er is geen ander God dan Hij, de Almachtige, de Al-bevelende. Het was het verlangen van de Goddelijke Zifter om alles wat goed is voor Mijn eigen Zelf op te slaan. Hij heeft slechts gesproken om u bekend te maken met Mijn Zaak en u te leiden naar het pad van Hem Wiens vermelding al de heilige Boeken heeft gesierd.

26 — Zeg: O schare van christenen! Wij hebben Onszelf bij een eerdere gelegenheid aan u geopenbaard en u herkende Mij niet. Dit is nog een tweede gelegenheid die u wordt geboden. Dit is de Dag van God; keer u tot Hem. Hij is waarlijk vanuit de hemel neergedaald, gelijk Hij daaruit de eerste keer neerdaalde, en Hij verlangt ernaar u beschutting te verlenen in de schaduw van Zijn genade. Hij is waarlijk de Verhevene, de Machtige, de Allerhoogste Helper. De Geliefde houdt er niet van dat u wordt verteerd door het vuur van uw verlangens. Zou u als door een sluier van Hem worden buitengesloten, dan zou dit om geen andere reden zijn dan uw eigen koppigheid en onwetendheid. U maakt melding van Mij en kent Mij niet. U roept Mij aan en slaat geen acht op Mijn Openbaring, toch kwam Ik tot u vanuit de hemel van voorbestaan met overvloedige heerlijkheid. Scheur in Mijn naam en door de kracht van Mijn soevereiniteit de sluiers vaneen, zodat u een pad naar uw Heer kunt vinden.

27 — De Koning van Glorie doet vanuit de tabernakel van majesteit en grootsheid Zijn oproep, zeggende: O volk van het Evangelie! Zij die niet in het Koninkrijk waren, zijn er thans binnengegaan, terwijl Wij u, vandaag, zien dralen aan de poort. Scheur de sluiers vaneen met de kracht van uw Heer, de Almachtige, de Vrijgevige, en ga dan in Mijn naam Mijn koninkrijk binnen. Aldus bidt u, Hij die voor u het eeuwige leven verlangt. Hij is waarlijk machtig over alle dingen. Gezegend zijn zij die het licht hebben herkend en zich er naar toe haastten. Zij verblijven waarlijk in het Koninkrijk en nemen van het voedsel en de drank van Gods uitverkorenen.

28 — Wij zien u, o kinderen van het Koninkrijk, in duisternis. Dit betaamt u waarlijk niet. Bent u, in het aangezicht van het Licht, bang vanwege uw daden? Richt uzelf op Hem. Uw Al-glorierijke Heer heeft Zijn landen gezegend met Zijn voetstappen. Aldus maken Wij u het pad duidelijk van Hem over Wie de Geest heeft geprofeteerd. Ik, waarlijk, getuig van Hem, zoals Hij van Mij heeft getuigd. Voorwaar, Hij zei: ‘Volg Mij na en Ik zal u tot vissers van mensen maken.’ In deze dag echter, zeggen Wij: ‘Volg Mij opdat Wij u tot de verkwikkers der mensheid zullen maken.’ Aldus werd dit gebod in deze Tafel gegrift door de Pen van Openbaring.

29 — O Pen van de Allerhoogste! Span u in ter nagedachtenis aan andere koningen in dit gezegende en lichtgevende Boek, opdat zij wellicht opstaan van de sponde van onachtzaamheid en luisteren naar dàt wat de Nachtegaal op de takken van de Goddelijke Lotus-Boom zingt, en zich spoeden naar God in deze meest wonderlijke en verheven Openbaring.

*

Brief aan de Paus

Lucas van Leyden: Het Laatste Oordeel, 1526

Bronnen - Shoghi Effendi: The Promised Day is Come — Wilmette 1996; Richard Evans: The Pursuit of Power, Europe 1815-1914 — UK 2017; Edwin Ruis: Nederlandse zoeaven in dienst van de Paus — historiek.net 2015; Stichting Nederlands Zouaven-museum, Oudenbosch; De Tijd 6 dec. 1860, 25 juli 1870, 23 en 28 sept. 1870

Ga terug naar: Geschiedenis in vogelvlucht