God

Uit een verklaring van de Bahá’í International Community over God

— God, de Schepper van het universum, is al-wetend, al-liefhebbend en al-genadig. Zoals de zon de aarde beschijnt, zo beschijnt het licht van God de gehele Schepping. “Zoals de zon het aardse fruit doet rijpen, en leven en warmte schenkt aan alle levende wezens, zo beschijnt de Zon van Waarheid alle zielen, en vult hen met het vuur van Goddelijke liefde en begrip.” (‘Abdu’l-Bahá)

Het is voor het sterfelijk verstand onmogelijk om de werkelijkheid van God echt te begrijpen. Al wat werd geschapen kan nooit zijn schepper begrijpen of beschrijven. Een tafel, bijvoorbeeld, is niet in staat de ambachtsman die haar maakte te begrijpen, zelfs al zijn diens vakbekwaamheid en kwaliteiten in haar terug te vinden.

Hoe veelomvattend en vindingrijk ons beeld van God ook moge zijn, het zal noodzakelijkerwijs steeds worden begrensd door de beperkingen van het menselijk verstand. “Dat wat wij ons voorstellen, is niet de Werkelijkheid van God; Hij, de Onkenbare, de Ondenkbare, is ver voorbij de verhevenste denkbeelden van de mens.” (‘Abdu’l-Bahá)

Elk rijk der natuur is niet bij machte het bestaansniveau boven hem te begrijpen. De steen kan de groeikracht van een plant niet begrijpen; een boom is niet in staat het gezichtsvermogen, het gehoor, het reukvermogen of de bewegingen van het dier te begrijpen; en het dier zal nooit het bewustzijn van een menselijk wezen bereiken. Zo zal ook het menselijk verstand nooit de werkingen van het geestelijk koninkrijk ten volle begrijpen. “Alle bovenstaande rijken zijn onbegrijpelijk voor de onderstaande; hoe dan zou het mogelijk zijn dat het schepsel mens ooit de almachtige Schepper van alles zou moeten begrijpen.”  (‘Abdu’l-Bahá)

Hoewel de ware aard van God ons steeds te boven zal gaan, is het doel van ons leven om Hem te kennen, lief te hebben en te naderen. “In u heb Ik een ademtocht van Mijn eigen Geest geblazen, opdat u Mijn minnaar moge zijn.” (Bahá’u’lláh)

Wat wij kunnen weten van de onkenbare God werd ons onderwezen door de opeenvolgende Grondleggers van de grote wereldreligies, de “Manifestaties van God”. Door de eeuwen heen werd ons geloof — en de wegen die wij namen om Hem te bereiken — gevormd door Hun leringen. —

 

God

Zoals de zon de aarde beschijnt ...

Bron - bahai.org: An Unknowable God (2018)

Bekijk naast God ook: Geloof & Rede en Religie

Ga terug naar: Geschiedenis in vogelvlucht of Bahá'í visie