Toespraak tot de Letters van de Levende

Letters van de Levende

Mausoleum van de Báb

Toespraak van de Báb tot de Letters van de Levende:

O Mijn geliefde vrienden!

Gij zijt de dragers van de naam van God in deze Dag. Gij zijt de uitverkorenen aan wie Zijn mysterie is toevertrouwd. Het betaamt ieder van u de eigenschappen van God te openbaren en de tekenen van Zijn rechtvaardigheid, Zijn macht en heerlijkheid met woord en daad te illusteren. Zelfs uw ledematen moeten getuigen van de verhevenheid van uw doel, de rechtschapenheid van uw leven, de waarachtigheid van uw geloof en het verheven karakter van uw toewijding. Want waarlijk Ik zeg u, dit is de Dag waarvan God in Zijn Boek aldus heeft gesproken: “Op die Dag zullen Wij hun mond verzegelen, maar hun handen zullen tot Ons spreken, en hun voeten zullen getuigen van hetgeen zij hebben bedreven.”

Overdenk de woorden welke Jezus tot Zijn discipelen sprak toen Hij hen uitzond om de Zaak Gods te verbreiden. In woorden als deze gebood Hij hen op te staan en hun zending te volbrengen: “Gij zijt gelijk het vuur dat in het duister van de nacht op de bergtop is ontstoken. Laat uw licht voor het oog der mensen schijnen. De zuiverheid van uw karakter en de graad van uw zelfverloochening moeten zodanig zijn dat de mensen op aarde de hemelse Vader, die de bron is van zuiverheid en genade, door u mogen erkennen en nader tot Hem mogen komen. Want niemand heeft de vader die in de hemel is gezien. Gij die Zijn geestelijke kinderen zijt moet Zijn deugden aantonen met uw daden, en getuigen van Zijn heerlijkheid. Gij zijt het zout der aarde, maar als het zout zijn smaak verliest, waarmee moet zij dan worden gezouten? De graad van uw onthechting moet zodanig zijn, dat gij welke stad gij ook binnengaat om de Zaak Gods te verkondigen en te onderrichten, geenszins spijs of beloning van de bevolking moogt verwachten. Ja, veeleer moet gij het stof van uw voeten schudden wanneer gij die stad verlaat. Even rein en onbevlekt als gij die stad bent binnengetreden moet gij eruit vertrekken. Want waarlijk Ik zeg u, de hemelse Vader is steeds met u en waakt over u. Als gij Hem trouw zijt, zal Hij voorzeker alle schatten der aarde in uw handen leggen en u boven alle heersers en koningen der wereld verheffen.”

O Mijn Letters! Waarlijk Ik zeg, oneindig verheven is deze Dag boven de dagen der Apostelen van voorheen. Ja, onmetelijk is het verschil! Gij zijt getuigen van de Dageraad van de beloofde Dag Gods. Gij drinkt uit de mystieke kelk van Zijn Openbaring. Omgordt de lendenen van het streven en weest de woorden Gods indachtig zoals die in Zijn Boek zijn geopenbaard: “Zie, de Heer uw God is gekomen, en bij Hem staat de schare van Zijn engelen voor Hem opgesteld!” Zuivert uw hart van wereldse begeerten en laat hemelse deugden u sieren. Streeft ernaar dat gij door uw daden kunt getuigen van de waarheid van deze woorden van God en hoed u dat Hij u, doordat u zich afkeert, niet “vervangt door een ander volk” dat “uws gelijke niet zal zijn” en dat u het Koninkrijk Gods zal ontnemen. De dagen dat louter aanbidding voldoende werd geacht zijn ten einde. De Tijd is gekomen dat niets dan de zuiverste beweegredenen, ondersteund door daden van smetteloze zuiverheid, kunnen opstijgen tot de troon van de Allerhoogste en Hem welgevallig kunnen zijn. “Goede woorden stijgen tot Hem op en rechtvaardige daden verheffen het voor Hem.”

Gij zijt de nederigen, van wie God in Zijn Boek aldus sprak: “En Wij wensen degenen die vernederd zijn in den lande gunsten te betonen, en hen tot geestelijke leiders onder de mensen en tot Onze erven te maken.” Gij zijt tot deze rang geroepen; gij zult deze slechts bereiken indien gij bereid zijt ieder aards verlangen onder uw voet te vertrappen en “die geëerde dienaren van Hem” tracht te worden die niet spreken aleer Hij heeft gesproken, en die Zijn bevelen uitvoeren.” Gij zijt de eerste Letters die voortgebracht zijn vanuit het Eerste Punt, de eerste Wellen die voortvloeien uit de Bron van deze Openbaring. Smeek de Heer uw God te geven dat noch aardse verwikkelingen, noch wereldse gehechtheden, noch kortstondige bevliegingen de zuiverheid zullen bezoedelen of de zoetheid verbitteren van die genade die door u stroomt. Ik bereid u voor op de komst van een grootse Dag. Spant u tot het uiterste in, opdat Ik, die u nu onderricht, mij in de wereld die komen gaat voor de genadezetel van God kan verheugen in uw daden en trots kan zijn op hetgeen gij hebt volbracht. Het geheim van de Dag die komen gaat is nu verborgen. Het kan niet worden onthuld, noch kan het naar waarde worden geschat. Het pasgeboren kind van die Dag overtreft de meest wijze en eerbiedwaardige mensen van deze tijd, en de nederigsten en minst geschoolden van die tijd zullen meer inzicht hebben dan de meest erudiete en volleerde geestelijken van dit tijdperk.

Verspreidt u over de lengte en breedte van dit rijk en bereidt met standvastige voet en geheiligd hart de weg voor Zijn komst. Slaat geen acht op uw zwakheden en uw broosheid, richt uw blik op de onoverwinnelijke macht van de Heer uw God, de Almachtige. Heeft Hij in vervlogen tijden Abraham, ondanks diens schijnbare hulpeloosheid, niet doen zegevieren over de strijdkrachten van Nimrod? Heeft Hij Mozes, wiens staf zijn enige metgezel was, niet in staat gesteld Farao en zijn heerscharen te overwinnen? Heeft Hij de oppermacht van Jezus, arm en onbeduidend als Hij was in de ogen der mensen, niet bewezen over de gezamenlijke krachten van het Joodse volk? Heeft Hij de barbaarse en strijdlustige stammen van Arabië niet onderworpen aan de heilige en transformerende tucht van Mohammed, Zijn Profeet?

Sta op in Zijn Naam, stel uw volle vertrouwen in Hem, en wees verzekerd van de uiteindelijke overwinning.

 

Bron - Toespraak van de Báb tot de Letters van de Levende — Den Haag 2018

Ga terug naar: Geschiedenis in vogelvlucht