Esperanto

Bahai Esperanto

Lidia Zamenhof

In het Heiligste Boek spoorde Bahá’u’lláh de ‘parlementsleden overal ter wereld’ aan om ‘één enkele taal te kiezen die door allen op aarde zal worden gebruikt’. En ‘Abdu’l-Bahá wees in zijn toespraken in Noord-Amerika bij herhaling op het belang van een wereld-hulptaal voor het tot stand brengen van universele vrede. Het lijkt dus niet verwonderlijk dat hij zich lovend uitliet over de door de Poolse oogarts Ludwik Zamenhof ontworpen taal voor wereldbroederschap: het Esperanto, de ‘Taal van de Hoop’ (1887). Zo sprak hij op een bijeenkomst in Parijs in oktober 1911:

— Eén van de belangrijke stappen naar wereldvrede zou het instellen van een wereldtaal zijn. Bahá’u’lláh gelast dat de dienaren der mensheid moeten samenkomen, en óf een bestaande taal kiezen óf een nieuwe taal ontwerpen. Dit werd veertig jaar geleden in de Kitáb-i-Aqdas geopenbaard. Daarin wordt uiteengezet, dat het vraagstuk van de grote verscheidenheid van talen een bijzonder moeilijk vraagstuk is. Er zijn méér dan achthonderd talen in de wereld, en geen mens zou die allemaal kunnen leren.
De mensenrassen zijn niet meer van elkaar gescheiden, zoals in vroeger tijden. Welnu, om in nauwe relatie te staan met alle landen is het nodig dat men hun taal kan spreken.
Een wereldtaal zou omgang met ieder land mogelijk maken. Bijgevolg zou het nodig zijn slechts twee talen te kennen, de moedertaal en de wereldtaal. De laatstgenoemde zou iemand in staat stellen met ieder mens op aarde te communiceren!
Een derde taal zou niet nodig zijn. Wat nuttig en rustgevend voor allen om met een lid van ieder ras en land te kunnen spreken zonder een tolk nodig te hebben!
Esperanto is ontworpen met het oog hierop: het is een mooie uitvinding en een prachtig stuk werk, maar het moet vervolmaakt worden. Zoals Esperanto nu is, is het voor sommige mensen heel moeilijk.
Er zou een internationaal Congres moeten worden ingesteld dat uit afgevaardigden van ieder land ter wereld bestaat, zowel de oosterse als de westerse landen. Dit Congres zou een taal moeten ontwerpen die door iedereen valt te leren, en ieder land zou daar veel baat bij vinden.
Totdat zo'n taal in gebruik komt, zal de wereld de grote behoefte aan dit communicatiemiddel blijven voelen. Taalverschillen leveren één van de meest vruchtbare oorzaken van afkeer en wantrouwen op die er bestaan tussen natiën die méér dan door enige andere reden gescheiden worden gehouden door het onvermogen elkaars taal te begrijpen.
Als iedereen één taal kon spreken, hoeveel gemakkelijker zou het dan zijn de mensheid te dienen!
Stel daarom ‘Esperanto’ op prijs, want het is het begin van de uitvoering van één der belangrijkste wetten van Bahá’u’lláh en men moet doorgaan met het perfectioneren ervan. —

Gedurende het Interbellum kon menig bahá’í zich moeiteloos in het Esperanto uitdrukken — denk aan Lidia Zamenhof, Martha Root of Muhammad Labíb. Toch wees ‘Abdu’l-Bahá het Esperanto nooit aan als de oplossing voor de door Bahá’u’lláh aanbevolen aanvaarding van een wereld-hulptaal. Mogelijk zag hij dat als een keuze die de wereldgemeenschap zèlf moest maken. De situatie blijkt duidelijk uit een brief die de prominente Nederlandse esperantist Julia Isbrücker op 8 september 1921 aan ‘Abdu’l-Bahá schreef:

— ‘Zeer geachte Heer, […] Ik bezocht het Esperanto congres in Praag (Tsjecho-Slowakije, 1921) waar 2.500 congresgangers samen kwamen uit 40 nationaliteiten. Het was prachtig om hen allen dezelfde taal te horen spreken, zodat wij elkaar konden begrijpen zoals in onze eigen moedertaal. Werkelijk, de esperantisten uit het Oosten en het Westen voelen zich broeders.
U weet dat veel Bahaïsten al Esperantist zijn en gemakkelijk met elkaar kunnen corresponderen en spreken. Onze beste vriend Ahmed Yazdani had veel vrienden door Esperanto. Ik zou u nu willen vragen, is het niet zeer praktisch om Esperanto aan te nemen als de universele taal die genoemd wordt in het 11-de principe? Esperanto kan in enkele maanden worden geleerd en het heeft bewezen meer dan voldoende te zijn voor alle doeleinden.
Ik zou (en velen met mij) het erg fijn vinden, als ik kon publiceren dat uwe Heiligheid het Esperanto als de universele taal voor Bahaïsten zou aanbevelen. Ik geef veel lezingen over Esperanto en zeg altijd iets over het Bahaïsme, maar ik zou graag zeggen dat u Esperanto zult aanvaarden als de hulptaal naast de moedertaal. Mag ik dat doen? Ik hoop dat u tijd heeft om mij te antwoorden op deze vraag. Met de meeste hoogachting, verblijf ik de Uwe, Julia Isbrücker.’ —

Helaas kreeg Isbrücker geen antwoord. ‘Abdu’l-Bahá overleed op 28 november van datzelfde jaar.

 

Esperanto Congres in Antwerpen 1928

Bahá’í groep op het 20-ste Universele Esperanto Congres, Antwerpen 1928. De foto van ‘Abdu’l-Bahá wordt vastgehouden door Muhammad Rawhání en Martha Root. Zittend in het midden Lidia Zamenhof.

Bron - ‘Abdu’l-Bahá: De Toespraken van ‘Abdu’l-Bahá in Parijs - Den Haag 1984

Ga terug naar: Geschiedenis in vogelvlucht