Mah-Ku - De Open Berg

Mah-Ku Open Berg

De Caverne van Máh-Kú (William Daniell 1831)

Op instigatie van zijn eerste minister ziet Muhammad Sháh op het laatste moment af van een ontmoeting met de Báb. In plaats daarvan verbant hij Hem naar Máh-Kú een bergdorp in het uiterste noordwesten van het land, dicht bij de Turkse en de Russische grens. De Báb arriveert daar in de zomer van 1847 en wordt er vastgezet in een fort dat is gebouwd op een boogvormige richel binnen een reusachtige caverne van een steile bergwand die zich hoog verheft boven een versmalling van een uitgestrekte en dunbevolkte vallei.

Ondanks de afgelegen en ingesloten ligging van Zijn gevangenis spreekt de Báb in Zijn geschriften over de ‘Open Berg’. Dit heeft mogelijk te maken met de omstandigheid dat Hem na enige tijd wordt toegestaan om contact te houden met Zijn volgelingen.

In Zijn geschriften die dateren uit deze periode, zoals de Perzische Bayán, maakt de Báb Zich bekend als ‘Hij Die verrijst’ (Qá’im) en ‘Hij Die wordt geleid’ (Mihdí) — de messiaanse figuur die de Dag van Wederopstanding, het tijdperk van vernieuwing van het geloof, inleidt.

— ‘De vruchten der Islám kunnen slechts worden verzameld door trouw aan Hem [de Qá’im] en door geloof in Hem. Op dit moment zijn er echter louter nadelige gevolgen opgetreden; want hoewel Hij is verschenen in het hart der Islám, en alle mensen dit belijden vanwege hun verwantschap met Hem [de Qá’im], hebben zij Hem toch ten onrechte overgeleverd aan de Berg van Máh-Kú, en dit in weerwil van het feit dat in de Qur’án door God aan allen de komst van de Dag van Wederopstanding werd beloofd.’ —

— de Báb, de Perzische Bayán

Het dorp Máh-Kú ligt weliswaar in een uithoek, maar niet geïsoleerd. Het is een veelgebruikte halteplaats voor karavanen op de route Trebizond-Tabriz. En karavanen verspreiden niet alleen goederen, maar ook ideeën en nieuws. Als het aantal volgelingen van de Báb in de regio groeit, lijkt Eerste Minister Hájí Mirzá Aqásí zijn fout te beseffen, temeer ook daar de Russische Gezant te Teheran, Prins Dimitri Dolgorukov, klaagt over de groeide invloed van de Báb zo dicht bij de grens.

Op 10 april 1848 zal de Báb vanuit Máh-Kú worden overgebracht naar het fort van Chihríq, een Koerdisch dorp zo'n 200 km zuidelijker.

vallei van Máh-Kú

De vallei van Máh-Kú (1930)

Caverne Mah-Ku

Zicht op de caverne (c.1930)

ruïnes Mah-Ku

De ruïnes van het fort (c.1930)

Mah-Ku

Torens van het fort (2019)

Caverne

Zicht op de caverne (2019)

Vallei

Het fort en de vallei vanaf de berg (zicht naar het westen, 2020)

Bronnen — Shoghi Effendi [ed]: The Dawnbreakers, Nabil’s narrative of the early days of the Bahá’í Revelation - Wilmette 1970,  chapter XIII; Selections from the Writings of the Báb - Haifa 1976, II-1, II-7 en VI-15; Shoghi Effendi: God schrijdt voorbij - Den Haag 1983; Abbas Amanat: Resurrection and Renewal, the making of the Babi Movement in Iran, 1844-1850 - Ithaca 1989.

Ga terug naar: Geschiedenis in vogelvlucht