Een opvouwbare typemachine

Typemachine

Typemachine van de Behoeder

Tijdens de Nationale Bahá’í Jeugd Conferentie van 1970 in Wilmette (nabij Chicago), sprak Rúhíyyih Khánum over haar echtgenoot Shoghi Effendi, ‘Behoeder van de Zaak Gods’. Daarbij vertelde zij ondermeer over de totstandkoming van diens monumentale weergave van de eerste eeuw van de Bahá’í Geschiedenis, God Schrijdt Voorbij. De Behoeder had twee jaar aan het boek gewerkt. Eén jaar had hij besteed aan onderzoek en een tweede jaar aan het uitwerken van zijn aantekeningen. Nadat hij het manuscript zelf met ‘twee vingers’ had uitgetypt op een ‘piepkleine draagbare typemachine’, hadden zij samen de accenttekens voor de Perzische woorden met de hand aan de zes manuscript-exemplaren toegevoegd.

Eén origineel en vijf carbonpapier-doorslagen van elk tenminste 400 pagina’s op één kleine draagbare typemachine? Wat moest dat wel niet voor een machine zijn geweest?

In de biografie die Rúhíyyih Khánum een jaar eerder over haar in 1957 overleden echtgenoot had gepubliceerd, The Priceless Pearl, staat een foto waarop Shoghi Effendi te zien is met een typemachine. Hij zit buiten op de veranda van het huis van ‘Abdu’l-Bahá in Haifa. Voor hem staat een kleine schrijfmachine op een drie-potig statief. Omdat er ook een koffertje op de foto staat, zou dit wel eens de betreffende draagbare machine kunnen zijn.

Is het belangrijk om dat zeker te weten? Nee, natuurlijk niet. ‘Iedereen’ loopt tegenwoordig wel met een piepkleine draagbare schrijfmachine. Die noemen we nu ‘laptop’, ‘tablet’ of ‘smartphone’. Maar het is wel een aardige historische uitdaging om eens te kijken hoe ver men kan komen in de identificatie van deze voorloper.

Terug naar de foto dus. Die is gedateerd ‘rond 1919,’ het jaar dat door kenners wel wordt gezien als het geboortejaar van de draagbare typemachine - lastig, want het aantal kandidaten was in 1920 beslist groter dan in 1918. Bovendien is de schrijfmachine zèlf niet heel gedetailleerd weergegeven: klein, zwart (?), drie rijen toetsen, vier schroefjes (?) aan de zijkant … Het meest opvallende is eigenlijk het statief. Dat blijkt doorslaggevend, want er was indertijd maar één model met zo’n statief: de in de Verenigde Staten geproduceerde Corona 3. Die machine was niet alleen draagbaar, maar ook piepklein. Dat kwam omdat zij opvouwbaar was. De ‘wagen’, de ‘cylinder’ en de twee ‘spoelen’ voor het inktlint konden naar voren over de toetsen worden geklapt, waardoor de toch al kleine afmetingen nog verder werden teruggebracht (naar 27 x 23 x 10 cm). Bovendien kon de Corona 3 worden vervoerd in een bijbehorend rechthoekig opbergkoffertje met één slot onder de handgreep; net zo’n koffertje als op de foto dus. Vier kilo in totaal. Toen daarna ook nog het volgende telegram van de Behoeder werd gevonden: ‘STUUR MET [...] TIEN CORONA LINTEN KLEUR ZWART STOP’ was het bewijs rond.

De ‘Standaard Opvouwbare Schrijfmachine’ was een uitvinding van de Amerikaan Franklin (Frank) Sebastian Rose. Helaas zag Rose zijn geesteskind nooit in het echt. Maar in 1906, een jaar na zijn overlijden, richtten zijn weduwe Catherine en zoon George de Rose Typewriter Company op. En weer een jaar later begon de productie van Frank’s eerste opvouwbare en draagbare model.

In 1909 verkochten moeder en zoon hun bedrijf en patenten aan een groep investeerders. Die brachten in 1912 een derde verbeterde versie van de opvouwbare typemachine op de markt, maar in plaats van de aanduiding Standard Folding Typewriter No. 3 veranderden zij de naam in Corona 3; dit om met het Latijnse woord voor ‘kroon’ of ‘stralenkrans’ te benadrukken dat hun product nu ook weer niet zó ‘standaard’ en gewoontjes was. De bedrijfsnaam veranderde mee en werd: Corona Typewriter Company gevestigd in Groton in de staat New York.

In tegenstelling tot haar twee directe voorgangers was dit derde model niet langer geheel van aluminium, maar grotendeels van staal. De machine werd daardoor goedkoper en sterker, maar potentieel ook zwaarder. Door aanpassing van het ontwerp werd echter voorkomen dat het gewicht toenam. Vooral reizigers en correspondenten vonden de combinatie van ‘handzaam’ en ‘onverwoestbaar’ ideaal. De Corona 3 maakte zich los uit de kantooromgeving en werd een persoonlijke typemachine (een ontwikkeling die zich vanaf de 80-er jaren van de 20-ste eeuw zou herhalen met de computer). De vraag groeide, ook in Europa. In Nederland kostte de ‘Corona Reis-Schrijfmachine’, zoals zij hier werd geadverteerd, 140 gulden (circa 800 euro nu).

Met het uitbreken van de Grote Oorlog (1914-1918) werd de Corona 3 populair onder officieren, leger-administrateurs en compagnie-klerken. — ‘Niet alleen is deze machine veel minder omvangrijk en veel lichter dan andere machines, zij kan ook tegen een veel zwaarder gebruik’ — aldus de aanbeveling van het US Officer’s Manual uit 1917. De Corona 3 werd daarmee een van de best verkochte modellen uit de geschiedenis van de schrijfmachines. In de periode van haar productie (1912-1941) werden er uiteindelijk 600.000 exemplaren van gemaakt.

Enkele daarvan werden in november 1919 door Harry, Ruth en dochter Margaret (Bahíyyih) Randall als cadeau meegenomen op hun pelgrimsreis naar Haifa. ‘Nu de postbezorging tussen het Heilige Land en de rest van de wereld na jaren van oorlog weer is hersteld, zal er wel behoefte bestaan aan zo’n hulpmiddel,’ moet de familie uit Boston hebben gedacht. Afgelopen voorjaar had Shoghi Effendi, kleinzoon en secretaris van ‘Abdu’l-Bahá, nog geschreven over de enorme stroom post die op gang was gekomen:

— ‘Verzoekschriften uit iedere windstreek op aarde, van verschillende lengte en inhoud, geschreven in verschillende talen, met bijgesloten krantenknipsels, pamfletten, getypte verslagen, petities, enz. stromen zonder ophouden binnen en de tijd om ze door te nemen is voldoende om alle tijd die men mogelijkerwijs ter beschikking heeft uit te putten. Hoewel de wegen nog niet volledig zijn geopend en de verbindingen met alle plaatsen nog niet zijn hersteld, staat men versteld van het aantal brieven, boeken, en tijdschriften dat het postkantoor dagelijks bezorgt.’ —

— Shoghi Effendi, brief 17 februari 1919

En een maand later:

— ‘De Geliefde [‘Abdu’l-Bahá] is van ’s-ochtends tot ’s-avonds, zelfs midden in de nacht, bezig met het openbaren van Tafels, het zenden van zijn constructieve, dynamische gedachten van liefde, en van principes aan een bedroefde en verwarde wereld. In de meeste Tafels legt hij grote nadruk op eenheid, liefde en standvastigheid in het Verbond.’ —

— Shoghi Effendi, brief 17 maart 1919

Over de typemachine herinnert Margaret (Bahíyyih) Randall herinnert zich:

— ‘Wij hadden een kleine hutkoffer met cadeaus meegebracht. En vader vroeg of de Meester [‘Abdu’l-Bahá] die wilde aannemen. De Meester zei dat het, omdat wij hen zo graag iets wilden geven, aanvaardbaar was. Na de lunch werd de hutkoffer geopend. Tot ons afgrijzen was de verpakking van het gele insecten-poeder dat moeder in de koffer had gedaan, voor het geval dat dit tijdens onze reis nodig zou zijn, opengebroken. Het kostte enige tijd om het poeder overal vanaf te halen. Er waren ook typemachines meegekomen en Shoghi Effendi was erg blij er eentje te krijgen.’ —

— Margaret (Bahíyyih) Randall

De Behoeder zal in de loop van zijn leven veel vertalen, schrijven en corresponderen. En daar meer dan één model typemachine bij verslijten. Het is dus allerminst zeker dat Rúhíyyih Khánum, toen zei sprak over het uittypen, in 1942, van het manuscript van God Schrijdt Voorbij, doelde op de Corona 3. Veel waarschijnlijker is het dat de ‘Pen van het Leger’, zoals deze eerste opvouwbare schrijfmachine inmiddels was gaan heten, in december 1919 dienst deed bij de Engelse vertaling van ‘Abdu’l-Bahá’s Tafel aan de Centrale Organisatie voor een Duurzame Vrede.

Bahiyyih Randall, Dr. John Esslemont, Harry Randall, Arthur Hathaway, en Ruth Randall bij ‘Abdu’l-Bahá. Haifa, november 1919

William Henry (Harry) Randall, Shoghi Effendi en Margaret (Bahíyyih) Randall bij de fontein in de Tuin van Ridván, november 1919

‘Corona serves everywhere’, advertentie uit 1917

Getypte brief van de Behoeder, 21 december 1923

Shoghi Effendi achter zijn schrijfmachine op statief, c. 1920

Een Corona 3 uit 1920 met opbergkoffertje, handleiding, schoonmaak-borstel, oliedruppelaar, en reserve inktlint
(collectie bahaigeschiedenis.nl).

Bronnen — Star of the West 28 april 1919 en 28 april 1920; Bahá’í News augustus 1970; Rúhíyyih Rabbaní: The Priceless Pearl - London 1969 - p. 128, 164, 202 en 223; Robert Messenger: The Wonderful World of Typewriters, part 199 - Canberra 2012; Bahiyyih Randall Winckler: My Pilgrimage to Haifa, November 1919 - Wilmette 1996.

Ga terug naar: Geschiedenis in vogelvlucht of Nederlandse geschiedenis